‘Column’ Category

Vergelijkende reclame en testresultaten (Column)

Rashid Niamat op 2 september 2010 07:58 in Column
Tags:, , , ,

Tijdens een recent bezoek aan Duitsland viel me op hoe anders men daar toch omgaat met reclame. De campagnes van de grote internationale merken, zoals kleding en auto’s willen nog wel eens gelijk zijn aan wat wij hier dagelijks op de abri of in de krant zien staan. De uitingen voor lokale bedrijven daarentegen zijn in de regel onvergelijkbaar.

Eén van de meest in het oog springende verschillen is dat leveranciers op grote schaal testresultaten inzetten om de kwaliteit te onderstrepen. Of het nu gaat om brood, hypotheken of hosting, er is bijna altijd wel een test die aantoont dat leverancier X op de eerste plaats staat. En omdat het bij reclame ook draait om de kracht van de herhaling schroomt men er ook niet voor om meerdere testresultaten in een reclamecampagne te tonen.

Voorbeeld van die aanpak vond ik bij de Targobank, die laat zien voor meerdere diensten goed te zijn getest. Nou zal dat kunnen kloppen, ware het niet dat de bank voorheen een andere naam had en zeker aan het einde door het imago minder vaak goede testresultaten kon laten zien.

Ook internetproviders in Duitsland, zowel b2c als b2b, en telecombedrijven maken gebruik van testresultaten voor de verschillende diensten die ze bieden. Dat herken ik deels wel van de Nederlandse markt. Sommige accessproviders bij ons geven alle behaalde overwinningen een prominente plek op de website, maar tot zover ik weet betreft dat puur de consumentenaanbiedingen.

Vraag die daarom bij mij opkwam is: hoe het komt dat we in Nederland in de b2b omgeving voor ip-diensten geen gebruik maken van externe bronnen om aan te tonen dat we het beter doen dan de concurrentie? Heeft het te maken met een verbod op vergelijkende reclame? Dat lijkt me van niet, want dat is alweer geruime tijd – weliswaar onder voorwaarden – ook in Nederland toegestaan (link naar actuele Europese Richtlijn).

Ik ben op zoek gegaan naar een valide verklaring. Veel verder dan dat er hier wellicht geen tijdschriften of bureaus zijn die regelmatig grootschalig opgezette tests uitvoeren naar de performance van meerdere b2b-bedrijven en deze ook publiceren ben ik niet gekomen. Ik zou eigenlijk wel willen weten of dat gebrek aan aanbod op zijn beurt weer voorkomt uit het gebrek aan vraag vanuit de ip-leveranciers.

Print This Post  Reageer!


Terugdraaien van de klok noodzakelijk?(Column)

Rashid Niamat op 26 augustus 2010 08:01 in Column
Tags:, , ,

Het bericht dat Vodafone aanpassingen gaat doorvoeren aan de mobiele internetabonnementen leidde tot twee soorten reacties. Aan de ene kant waren er de kranten en journalisten die het persbericht aangrepen voor een korte analyse zonder veel diepgang, maar wel opmerkten dat KPN een dergelijke stap ook had aangekondigd. Aan de andere kant waren er tal van gebruikers die op blogs en webfora hun afschuw uitspraken over deze gang van zaken. Mobiel internetten is al niet gratis en daar bovenop een vaste datalimiet in plaats van een FUP zetten slaat nergens op, zo klonk het.

De krantenartikelen verbaasden me amper, een groot deel van de schrijvende pers ziet het als een soort van prijsverhoging. De commotie op blogs en fora begrijp ik maar al te goed. Mobiel internet begint nu namelijk pas echt leuk te worden, de keuze in devices en apps zijn eindelijk volwassen en dan is het natuurlijk niet prettig (understatement) met een bericht geconfronteerd te worden dat de telecomoperators de markt van gebruikers EN aanbieders van dit soort diensten gaat frustreren.

Nu is het wat mij betreft de vraag of dit een incidentele actie is of dat er niet meer aan de hand is. Twee weken geleden werd bekend, dat in de Verenigde Staten het aantal koffieketens afneemt dat gratis wifi aanbiedt. Deze trend begon aanvankelijk bij een keten met als argument dat de wifi-voorziening ongewenste neveneffecten had. Later toen meer ketens de wifi kraan dichtdraaiden kwamen er ook andere argumenten bij, zoals dat de kosten van aanleg en onderhoud niet voldoende worden gecompenseerd door de verkoop van macchiatos en lattes aan wifi-nomaden.

Ik ben verder gaan zoeken en zie bijvoorbeeld bij de discussie over netneutraliteit door marktpartijen het argument wordt gebruikt dat de groei in het dataverkeer en de meerkosten daarvan de inkomsten overstijgen of dat dreigen te doen. En dat terwijl grootschalige virtualisatie van werkplekken nog moet plaatsvinden, die volgens mij ook voor heel wat dataverkeer gaat zorgen.

Kortom, er wordt in toenemende mate gewezen op de variabele ‘dataverkeer’ en de noodzaak daar weer een prijskaartje aan te gaan hangen. Ik zeg met nadruk ‘weer’, want rond de eeuwwisseling waren datalimieten bij access en hosting gemeengoed. Het moest wel, want anders bezweken de netwerken en maakte iedereen verlies. Uiteindelijk bleek – met name bij access – dat die limieten nergens voor nodig waren. Zowel technisch, marketingwise als commercieel gezien was de vermeende noodzaak al snel achterhaald.

Daarom wantrouw ik de nu gehanteerde argumenten van telecomoperators en de vermeende noodzaak tot het terugdraaien van de klok.

Print This Post  Reageer!


Waarom OPTA bij een provider kan aankloppen (Column)

Rashid Niamat op 19 augustus 2010 08:04 in Column
Tags:, , ,

Op 2 juli van dit jaar deed het College van Beroep voor het Bedrijfsleven uitspraak in de al jaren slepende zaak tussen de OPTA en twee spammende ondernemers (de zaak Speko). Het gaat hierbij om een van die zaken waarbij de mogelijkheden van de OPTA spammers op te sporen en te bestraffen keer op keer ter discussie werd gesteld.

Met deze uitspraak in de hand heeft OPTA nu meer duidelijkheid aan welke regels zich het te houden heeft en welke stappen absoluut genomen moeten worden wil het spammers effectief kunnen bestrijden.

Ik had verwacht dat deze uitspraak op de nodige persaandacht had kunnen rekenen, maar dat was niet het geval. Jammer want ook voor anderen dan OPTA en spammers zijn er nu zaken geklaard. Reden voor mij in deze column een aspect van die zaak te bespreken.

Een van de geschilpunten die mij vanaf het begin bezighield, was de onduidelijkheid die bestond of de klagers over de spam particulieren dan wel bedrijven waren. Tot vorig jaar gold het spamverbod immers alleen voor particulieren (natuurlijke personen). Dat OPTA er niet in slaagde vanaf het begin af aan duidelijk te maken of de klagers particulieren waren komt imho doordat in het oude spamklacht webform “slechts’ werd aangegeven dat alleen particulieren mochten klagen. Daar vond schijnbaar geen verdere controle op plaats.

Begrijpelijk dus dat de spammers de OPTA op dit punt het vuur aan de schenen heeft gelegd. In de uitspraak valt te lezen, dat de OPTA gedwongen zou worden de naw-gegevens van de klagers bekend te maken aan de spammers. Iets dat juridisch weer problemen gaf. Immers beschikt de OPTA niet over de bevoegdheid om de klagers te dwingen aan een dergelijke ondervraging medewerking te verlenen.

De OPTA heeft mede daarom de procedure aangepast en is overgegaan tot nader onderzoek. Dit onderzoek bestaat eruit dat OPTA bij de internet serviceproviders van de klagers informatie heeft gevorderd uit hun abonnements-administratie. (zie 2.4)

Providers kunnen dus door de OPTA benaderd worden voor eens iets anders dan klachten over botnets of openstaande facturen. Door de klantenadministratie up-to-date te houden kunnen providers de OPTA assisteren. En ook al verbiedt de wet inmiddels spam gericht aan particulieren en bedrijven, het zou me niks verbazen als de OPTA nog steeds bij providers – van zowel access als hosting – aanklopt om zeker te weten dat de klager wel houder van het bespamde e-mailadres is.

Print This Post  Reageer!


Een andere kijk op privacy II (Column)

Rashid Niamat op 12 augustus 2010 08:01 in Column
Tags:, ,

In mijn vorige bijdrage beschreef ik hoe sommige klanten van Planet en HetNet hun ware identiteit poogden te verhullen. Ze gebruikten daarvoor het argument privacy, maar niet zelden was het een bewuste poging bezoekers aan hun websites te misleiden. Dit soort ervaringen heeft er mede voor gezorgd dat ik wat anders tegen privacy aankijk. Een andere reden heeft te maken met de wijze waarop digitale voetsporen ontstaan.

Dat iemand online digitale voetsporen achterlaat is onvermijdelijk. Het is aanbieders belangrijke informatie waarmee het succes of falen van een website kan worden beoordeeld. Het type digitale voetspoor waar ik op doel zijn mededelingen waarbij de gebruikers zich bewust kenbaar maakt (zoals reageren op ISPam), of waar de identiteit van een derde wordt gepubliceerd. Dat laatste kan een foutje zijn, maar soms is het ook een weloverwogen actie (naming & shaming).

Regelmatig mag ik aan zowel volwassenen als minderjarigen uitleggen waarom je goed moet nadenken bij beide opties, dus het reageren onder eigen naam of het posten van andermans gegevens. Dat is echt hard nodig, ook organisaties als Mijnkindonline en Oudersonline besteden niet zonder reden aandacht aan dit onderwerp.

Ik heb ook opvallend veel te maken gehad met mensen die totaal over de rode waren, omdat ze ergens in een online stamboom overzicht voorkwamen, inclusief foto en levensloop. Dit zijn niet de lastigste gevallen om mee om te gaan.

Daarnaast heb ik aanzienlijk complexere situaties meegemaakt. Zo ontving ik als admin-c een brief uit de Verenigde Staten. Daarin maakte een persoon bezwaar tegen content op de website van planet.nl. Zijn privacy en carrière werden geschaad doordat hij met naam en toenaam werd genoemd.

De url waar hij over klaagde linkte naar een toen al 10(!)  jaar oude pagina. Op die pagina linkte een columnist van Planet naar een Amerikaanse krantenwebsite die waarschuwde voor digitale voetsporen. De krant schreef over een voorval waarbij iemand onder eigen naam massaal reclame had gemaakt voor financiële dienstverlening. Vandaag noemen we dat spammen, maar die term was in 1997 nog niet wijd verspreid. De vraag die de krant stelde, was of de persoon zich had gerealiseerd dat hij door deze actie zijn privacy te grabbel had gegooid en misschien wel tot het einde der dagen gekend zou blijven om deze domme actie.

Het antwoord was duidelijk ontkennend, want anders had ik niet na al die jaren nog het verzoek gekregen een deel van zijn digitale voetsporen te schrappen – een verzoek waaraan ik overigens geen gehoor heb gegeven.

Print This Post  Reageer! (Al één reactie)


Een andere kijk op privacy I (Column)

Rashid Niamat op 5 augustus 2010 07:59 in Column
Tags:, , , ,

Een van de onderwerpen die geheid zorgt voor stevige discussies is de privacy van internetgebruikers. Terecht, want iedereen die online is laat digitale voetsporen achter. Sporen waarvan we niet weten hoe lang die bewaard blijven en wie er wat mee doet.

Privacy is echter naar mijn mening ook een onderwerp dat veelal gekenmerkt wordt door een beperkte visie. Bijna alle discussies en expertmeetings waarin ik verzeild raak, gaan over de consument als lijdend voorwerp. Ik beschouw dat als een beperking die niet meer past in tijden waarin consument en aanbieder steeds meer door elkaar gaan lopen.

Er zijn organisaties, zoals de SIDN, die deze ontwikkeling rap door hadden. Ik doel daarmee op discussies over de invulling van de whois. Dat proces raakte in een versnelling toen per 2003 dat naast rechtspersonen ook natuurlijke personen domeinnamen konden registreren. Hoe dat proces verder is verlopen is jullie bekend, de whois is tegenwoordig meer afgeschermd en dat lijkt mij een goede zaak.

Voordat een .nl-naam door particulieren geregistreerd mocht worden waren er echter al mogelijkheden de consument te helpen. Voorbeeld was het registreren op je bedrijfsnaam en dan doorverhuren aan de consument. Dat was een methode waarbij de privacy van de klant behoorlijk beveiligd werd. Een whois check leverde niet meer op dan de contactgegevens van de provider zelf. Het duurde dan ook niet lang of lieden met minder frisse bedoelingen gingen deze methode gebruiken. Ze meenden zich zo te kunnen verstoppen achter de rug van de provider.

Ook bij accessproviders Planet en Hetnet werd vanaf 2001 consumenten de mogelijkheid geboden een domeinnaam aan te vragen, waarbij wij als provider de registratie op onze naam zetten. Dit was voor vele consumenten de manier om alvast een .nl-e-mailadres met de eigen naam en een mooi webadres te krijgen. Er was wat dat laatste betreft echter wel een beperking. Wij leverden een automatische redirect van de homepage. Als je jansen.nl inklopte kwam je uit op iets als home.hetnet.nl/~9876jans.

Ik ben als privacyhoeder behoorlijk wat keren gebeld door woedende klanten die vonden dat ze bedonderd waren. Nu kon de hele wereld zien wie er achter jansen.nl zat. Keihard beweerden ze dat wij daarmee hun privacy schonden. Dreigen met advocaten, claims, afijn je kent het wel. Vrij zinloos trouwens want de specificaties en voorwaarden waren 100 procent in orde.

Overigens ging het in alle gevallen om inhoud die of niet geschikt was voor minderjarigen of andere zaken waar Nederland bekend om is. Een ervaring die mijn kijk op privacyissues zeer heeft beïnvloed.

Print This Post  Reageer! (Al 4 reacties)


Generatie Net-Niet (Column)

Rashid Niamat op 29 juli 2010 08:03 in Column
Tags:,

Toen ik in 1990 afstudeerde, behoorde ik tot de eerste lichtingen die voor het schrijven van de scriptie geen gebruik meer maakte van de typemachine. Wij behoorden tot de kleine groep die – in de regel via de ouders – personal computers met adembenemende programma’s op 5,25” diskette als Wordperfect tot onze beschikking hadden. Het waren tijden waarin studenten geleidelijk de pc leerden gebruiken, terwijl de universiteitsbibliotheken nog vertrouwden op kaartenbakken en microfiches.

Daarna rolde ik het bedrijfsleven in en ben doorgegaan met het gebruiken van pc’s. Daardoor stond ik amper stil bij het feit dat er mensen zijn die gelijk met mij hebben gestudeerd en dus ongeveer even oud zijn, maar tijdens hun studie geen computer hebben aangeraakt.

Met een aantal studiegenoten heb ik nog steeds contact en ik verbaasde me er al eerder over dat in deze groep zoveel mensen voorkomen die wel negatief zijn over moderne communicatie en internet. Dat er een link is met de studietijd had ik echter nog niet gelegd.

Het kwam op de jaarlijkse reünie wel ter sprake. Het kost de universiteit schijnbaar veel moeite in contact te komen en te blijven met de groep 45- tot 50-jarigen (daar zit mijn lichting bij). Er is onderzoek gedaan en het blijkt dat een aanzienlijk deel van deze ex-studenten de voorkeur geeft aan offline communiceren. Dit niet alleen met de universiteit, ook met andere instellingen en leveranciers.

Toen ik dit hoorde was mijn eerste reactie dat dit niet kon kloppen. Maar door verschillende oud-studiegenoten werd ik terecht gewezen. Er is echt een groep die op de universiteit en de hoge school de computer net niet meer heeft meegemaakt en mede daardoor in het bedrijfsleven ook pas veel later digivaardigheden ging opbouwen.

Eén van de aanwezigen noemde zich vertegenwoordiger van de ‘generatie net-niet’. Dat wil niet zeggen dat hij uitsluitend offline communiceerde. Hij gaf echter aan te merken dat hij een achterstand blijft houden op sommige collega’s en natuurlijk zijn kinderen.

Het verhaal van de generatie net-niet heeft me wel aan het denken gezet. Ik begrijp nu beter waarom sommigen de e-mails niet binnen een dag beantwoorden of een Twitter-account hebben zonder activiteit. De ironie is trouwens wel, dat ik me lang heb bemoeid met programma’s als Digibewust en nooit in de gaten had dat in mijn directe omgeving nog zoveel te winnen was.

Print This Post  Reageer! (Al 5 reacties)


Afgelopen week kwam T-Mobile op de proppen met het plan om internetdiensten die veel dataverkeer genereren daarvoor te laten betalen. T-Mobile topman René Obermann noemt daarbij specifiek Google en Apple die de portemonnee zouden moeten trekken.

De gedachtengang van T-Mobile is als volgt: Wij leggen een kostbaar (mobiel) netwerk aan en partijen als Google en Apple die versturen veel data over ons netwerk zonder dat wij daar voor betaald krijgen. Dat is niet eerlijk. Het doet een beetje denken aan de muziekindustrie die iets vergelijkbaars over providers zegt.

Er zijn verschillende argumenten te noemen waar de gedachtengang van T-Mobile spaak loopt. Bits of Freedom noemt bijvoorbeeld het feit dat klanten al betalen voor hun internettoegang. Als de contentprovider dan ook nog eens moet gaan betalen, dan zal deze het op zijn beurt weer aan de consument doorberekenen en zodoende betaalt deze dubbel.

Een ander terecht argument van BoF is dat het plan van T-Mobile netwerkneutraliteit volledig de nek om zou draaien. T-Mobile zou immers gaan bepalen welke websites er wel en niet worden doorgelaten. De enige wijze om contentproviders te dwingen te gaan betalen is door ze af te sluiten of de hoeveelheid beschikbare bandbreedte voor contentproviders die niet willen betalen te limiteren, wat per saldo hetzelfde effect heeft. De consument krijgt dan niet langer waar die voor betaalt.

Mijn argument tegen het laten betalen van contentproviders is dat deze hun content niet uit zichzelf verspreiden. Het is altijd een consument die om de content verzoekt door een filmpje aan te klikken of een mp3 te aan te klikken om te bekijken of te downloaden.

Er komt dus een verzoek vanuit het netwerk van T-Mobile om bepaalde content naar dit netwerk toe te sturen, zodat het uiteindelijk bij de klant die daarom heeft verzocht terecht komt. En T-Mobile hoeft helemaal niets te betalen voor het feit dat de verzochte data via het netwerk van de contentprovider op haar netwerk wordt afgeleverd.

Sterker nog die contentproviders zorgen er met kostbare content delivery networks voor dat de data zo dicht mogelijk bij het netwerk van T-Mobile wordt afgeleverd. Op die manier hoeft T-Mobile niet zelf de verzochte data via een eigen wereldwijd netwerk op te halen bij de netwerken van de contentproviders.

Het zou daarom veel logischer zijn als T-Mobile aan Google en Apple betaalt voor het gebruik van hun netwerken. De eis van T-Mobile is de omgekeerde wereld.

Print This Post  Reageer! (Al 6 reacties)


Al jaren doen The Economist en IBM onderzoek naar de ict-vaardigheden van samenlevingen, dus bedrijven, burgers en overheden. De bevindingen staan in een rapport waarin de landen worden gerangschikt naar de mate van ‘E-readiness’.

De methode van onderzoek is helder. Zo wordt er gekeken naar de infrastructuur, sociale factoren, overheidsbeleid en bereidheid van burgers en bedrijven nieuwe technologieën te accepteren engebruiken. Het zijn factoren die je ook tegenkomt bij een zogenaamde DESTEP-analyse.

Nederland doet het volgens deze lijst al jaren erg goed. We stonden ooit net in de top 10 en zijn 2009 doorgegroeid naar een derde plek, met slechts Denemarken en Zweden voor ons. Een prestatie die echter niet kon worden geprolongeerd, want afgelopen meting zijn we iets teruggevallen naar een gedeelde vijfde plaats.

Een van de redenen waarom Nederland zo hoog scoort is de ‘Consumer and business adoption’. Allemaal maken we massaal gebruik van online diensten en stimuleren zo de digitale economie. Voor ons is het inmiddels heel gewoon dat je boeken en pizza’s online bestelt en de btw-aangifte online doet. In veel landen is dat echter nog steeds niet het geval. Grote landen als Engeland, Duitsland en Frankrijk scoren met de ‘Consumer and business adoption’ beduidend lager.

En toch is het niet zo dat Nederland achterover kan leunen. Alles behalve dat, want wil het land deze voorsprong blijven behouden en zo aantrekkelijk blijven voor buitenlandse investeerders en werkgelegendheid bieden dan moet er continue worden geïnnoveerd en ontwikkeld. Ik hoor ambtenaren van Economische Zaken niet voor niets regelmatig vragen stellen over de innovatie bereidheid bij online dienstenaanbieders. Vragen waarop ik trouwens geen standaard antwoord heb, daarvoor zijn de verschillen per type bedrijf en soort klanten te groot.

Waarom innovatie zo belangrijk is kwam ook ter sprake in een recent interview met de voorzitter van de Duitse werkgeversvereniging voor metaalbedrijven. Op de vraag waarom Duitsland in de metaalsector nog steeds leidend is antwoordde hij (vrij vertaald): “wie bij innovaties niet zijn best doet zijn voorsprong te behouden moet niet klagen als er uiteindelijk alleen maar popmuziek en financiële dienstverleners overblijven”. Dat lijkt mij een subtiele verwijzing naar Groot Brittannië.

Als de Nederlandse economie niet afhankelijk wil zijn van muzikanten en banken, moet men dus blijven innoveren in de sectoren waar we nu al sterk zijn. En het lijkt mij overduidelijk dat daartoe de hele online sector behoort.

Print This Post  Reageer! (Al één reactie)


Politie op de koffie (Column)

Rashid Niamat op 15 juli 2010 08:00 in Column
Tags:, , , ,

Een eerdere column over advocaten leverde de deze reactie van Sjoerd op: “Agenten willen wel eens bellen of mailen om diverse gegevens te ontvangen.” Vooral dat “mailen” fascineerde me omdat ik het ook anders heb meegemaakt. Een van de eerste keren dat politie over de vloer kwam bij een ISP was 1997, de provider was PI.net (later met wxs.nl doorgegaan als Planet Internet) en ik was er hoofd sales.

Mijn team deed hosting en groepsabonnementen. Daardoor hadden we contact met grootafnemers van access, waaronder sommige politiekorpsen. Dus toen ik op een dag een gesprek aannam verwachtte ik een order. Helaas was dit een rechercheur die aankondigde de volgende dag bij ons langs te komen met enkele collega’s voor een zaak. Er waren verklaringen van ons nodig en er zou proces verbaal worden opgemaakt.

Even voor de goede orde, in 1997 waren er net 250.000 internetters in Nederland, ISDN was nieuw en de SIDN was net een jaar oud. Wij hadden geen bedrijfsjurist, want dat was nergens voor nodig, en het begrip abusedesk moest nog worden uitgevonden.

De volgende ochtend meldde het bezoek zich op het aangegeven tijdstip. Ik had in overleg met de directie besloten het bezoek naar de vergaderkamer te brengen, van koffie te voorzien en ze te woord te staan. Die vergaderkamer is vervolgens bijna een hele dag bezet geweest. Het team eiste inzage in stukken waaruit zou blijken dat A. bij ons abonnee was en op tijdstip X,Y en Z op het internet was geweest, of niet. De rechercheurs maakten gebruik van eigen laptops en een portable printer voor het proces verbaal dat ter plekke werd opgesteld.

Toen ze weggingen was ik bijna een volledige werkdag voor ze bezig geweest, data controleren, queries stampen, verklaring afgeven et cetera. Voor mij was duidelijk dat het tijdsbeslag voor slechts 1 zaak niet kon kloppen. Als het internet zo groot zou worden als we hoopten, moest voor dit soort bezoek een oplossing komen. Die is er ook gekomen, want nadien is er wetgeving gekomen.

Gedwongen contact met de politie is er niet leuker door geworden en de bevoegdheden staan terecht garant voor blijvende discussie. Maar wat ik wel weet te waarderen is dat de communicatie nu in de regel professioneler verloopt. Standaard formulieren die worden gebruikt en verzonden per fax of per e-mail. Een enorme vooruitgang, waardoor je als onschuldige intermediair niet meer een hele dag in de weer bent gastheer te spelen.

Print This Post  Reageer! (Al 6 reacties)


Voorwaarden voor opzeggen (Column)

Rashid Niamat op 8 juli 2010 08:01 in Column
Tags:, , ,

Een oud collega legde mij de volgende vraag voor: “mag een provider mij afsluiten en weigeren als klant wegens spammen en geldt dat ook omgekeerd?”

Een mooie case die ik voor het gemak in tweeën deel. De eerste vraag is mag een provider mij afsluiten en weigeren.

Een accessprovider heeft voorwaarden waarin staat hoe je je als abonnee te gedragen hebt. Bij het veroorzaken van overlast – en spammen of deel van een botnet zijn is dat onmiskenbaar – doe je als klant niet waarvoor je hebt getekend. Het kan dus voorkomen dat klanten worden afgesloten en geweigerd door de accessprovider waarbij de aanbieder in zijn recht staat.

Voor een hostingprovider is het niet anders. Klanten zijn welkom, zolang ze zich netjes gedragen en geen activiteiten ontplooien die de hoster niet toestaat, hem schade toebrengt of de wetgever verbiedt.

Nu omgekeerd, dus de tweede vraag. Mag ik opstappen als mijn provider spamt of erger botnetten faciliteert?

In het geval van gewone access lijkt me dat niet. In geval van blacklisting zal de accessprovider er vaak mee wegkomen door te wijzen op zijn contractueel vastgelegde inspanningsverplichting. Als consument heb je trouwens geen SLA bij je provider.

Bij hosting lijkt het me anders te zijn. Als je website en je mail niet kunnen functioneren omdat de ip range waarin je hangt blacklisted is, wordt jou een wezenlijk andere dienst geleverd (“intranet”) dan waarvoor je betaalt (“internet”). Ongelukjes kunnen gebeuren, dus je geeft de aanbieder de tijd het probleem op te lossen.

Maar wat nu als de blacklisting permanent lijkt en jou hoster omschreven wordt als minder fris?

Volgens mij heb je dan als klant reden het contract te beëindigen en dat heb ik ook wel zien gebeuren. Meestal loopt de overdracht of verhuizingen van domeinnamen en /of servers dan weer niet vlekkeloos, waardoor uiteindelijk met een kort geding gedreigd moet worden. Beter is het als klant van te voren te controleren met wat voor partij je in zee gaat.

Hosters doen er op hun plaats goed aan transparant te communiceren wat de huisregels zijn en zich daar ook zelf aan te houden. En dat je er zelf alle belang bij hebt niet bekend te raken als een rovershol behoeft denk ik geen verdere uitleg.

Print This Post  Reageer! (Al 2 reacties)



Pages: 1 2 3 4 5 6 Next

advertenties

Laatste reacties

Lennie: Ahh, juist, x86 virtualisatie komt er aan: http://www.linuxfordevices.com /c/a/News/ARMv7A-extensions...
Patrick: @ Lennie, Klopt! Maar wat nou als je die machines daar in tegen 2-3 uur uit moet zetten omdat ze anders...
Sander: Jammer dat het alleen FTP is. Voor mijn prive foto’s zou ik graag zoiets afnemen, maar dan wel met...
Mark: Zie ik het nou verkeerd of is dit niet veel meer dan een simpel FTP pakket?
Marco: De 512 bytes grens is een waarde die is vastgelegd in het oorspronkeljike DNS protocol (RFC1035, par. 2.3.4)....
Michiel Klaver: Alle ‘lijkenpikkers’ kun je direct doorsturen naar de OPTA via www.spamklacht.nl
Randy ten Have: Name and shame! Dat was inderdaad geen slimme zet met die e-mail.
t.bloo: En de lijkenpikkers komen ook aancirkelen met emails met een hosting aanbieding naar alle adressen die Sam...

Ontvang ISPam.nl per e-mail

Vul je e-mail adres in:


of abonneer op de ISPam.nl RSS Feed