
januari 2007


In het vorige artikel besprak ik het grootste probleem van de online game industrie. In dit artikel bespreek ik de oplossing die al door twee uitgevers wordt gebruikt.
Licensering: Nieuwe ontwikkelingen
EA (Electronic Arts) is in de zomer van 2005 gestart met ‘ranking’-software. Vanuit EA werden er een paar bedrijven aangewezen om hun speciale ‘ranked’-servers the hosten. Deze servers draaien een speciale niet-publieke versie van de gameserver. Door deze wijze van samenwerking met enkele gamehosters, wordt een minimaal kwaliteitsniveau gegarandeerd, zodat ‘ranked’-servers daadwerkelijk als premium dienstverlening wordt beschouwd door consumenten.
Het zelfde geld voor het spel America’s Army, waarvoor speciale ‘Honor’-servers zijn. Deze servers zijn erg prijzig, in ruil daarvoor krijgt de gamer verschillende spelverbeteringen, zoals nieuwe rangen, zelfs wanneer er met een karakter op andere ‘Honor’-servers wordt gespeeld. Hiermee wordt de levensduur van een spel aanzienlijk vergroot. In plaats van elke ronde opnieuw te spelen als een los spel, wordt het spel een ‘tour of duty’ waarin je wordt beloont voor de eerder gespeelde potjes. Een speciale ‘masterserver’ die de score van alle spelers bijhoudt. Daarnaast zorgt deze server er ook voor dat alle servers waarvan de scores worden bijgehouden, zijn geauthentiseerd.
In de toekomst zullen er nog veel meer online gelicenseerde spellen zoals Battlefield 2 en Battlefield 2142 komen. Dat zorgt niet alleen voor een betere speelbaarheid van de spellen, maar ook voor een stabiele bron van inkomsten voor de uitgevers. Duizenden servers die online zijn, die elke maand dertig dollar per maand opleveren. Het is (nog) niet het grote geld dat er wel met spellen op DVD wordt verdiend, maar wel genoeg om online gameing met het oog op de toekomst veilig te stellen.
De voordelen van licensering:
Licenseren heeft een aantal voordelen:
- Het garanderen van een minimaal kwaliteitsniveau door middel van contract of overeenkomst
- De mogelijkheid om een licentie te weigeren aan illegale of amateuristische ‘bedrijven’.
- Een lager ratio spelers per server, zodat er meer spelers op een server kunnen spelen
- De maandelijkse licentie kosten garanderen de toekomst van het spel
- Marketing: Officiële server verkopen beter
- Corrupte of gehackte servers zijn eenvoudig uit te schakelen
De nadelen van licensering:
Licenseren heeft ook nadelen. De uitgeverij krijgt controle over elke individuele gameserver. Dat betekent dat ze de concurrentie in een land kunnen verstoren door een monopolie op de gameserver markt te creeren. We hebben dit eerder gezien in Duitsland, Engeland en Frankrijk. In deze landen gaf EA één gamehoster het monopolie op het hosten van Battlefield 2. De prijzen in deze landen werden daarom drie keer zo hoog als waar dan ook. Het is daarom ook niet gek dat consumenten hun gameserver in andere landen gingen huren.
Dit is te voorkomen door het reguleren van de prijs in de overeenkomst of door het creëren van een Europese markt, een markt die vergelijkbaar is in grote wat betreft de VS, in plaats van het hebben van een partner programma per individueel Europees land. De consumenten in Europa zijn niet gebonden door de landsgrenzen, dit is internet, waar gaan grenzen zijn. De vraag is wanneer zouden de grote uitgevers zich dat realiseren?
Tweede punt, gelicenseerde gameservers hebben meestal een hogere prijs, gezien naast de hardware, software, dataverkeer, colocatie, support en overheid, de gamehoster ook licentiekosten dient te betalen.
Derde punt, bij de keuze gamehosters die gelicenseerde servers mogen draaien, hebben uitgevers de neiging om de voorkeur te geven aan de commercieel interessantste kandidaat. Dit kan worden voorkomen door een complete technische scan te doen van de verschillende kandidaten. De uitgever moet die technische kennis in huis hebben (“Linux, what’s that?”).
Doom scenario: Licentie per gamer
PC gaming is altijd al uniek geweest, maar dit kan snel veranderen. Nu games meer en meer games zich online afspelen (some games hebben geeneens een ‘single player’ modus meer!) een nieuw soort licentie schema zou kunnen worden geintroduceerd in tradionele FPS (First person shooters) games. Net zoals Microsoft Live of Blizzard’s World of Warcraft (WoW), pc gaming zou kunnen veranderen in een model waarin de gamer niet alleen de game (1) koopt maar ook een online abonnement (2). In dat geval de ontwikkelaar of uitgever, hosten hun eigen gameservers, met tot gevolg minder controle over de online gameplay voor de gamer. Gamers kunnen hun eigen servers niet meer beheren, kunnen geen eigen ‘maps’ mee gebruiken en geen ongewenste personen meer verwijderen.
Daarnaast zien we ook een dienstverlening van mindere kwaliteit bij Live en WoW. Waar het probleem van overvolle servers, die ook nog maar eens op een klein aantal geografisch verschillende locaties zijn geplaatst, normaal is. Als de dichtstbijzijnde server zich in een ander land bevinden, hebben de personen in dat land dan geen oneerlijk voordeel? Laatst maar niet het minst, het zal de ondergang van de ‘modding’ gemeenschap zijn, de scena waar fanatieke gamers nieuwe maps en gameplay wijzigingen ontwikkelen.
Dit doom-scenario zal er op zijn vroegst over enkele jaren zijn, maar dit zal de praktijk worden binnen enige tijd. Anderzijds is verplichte server licensering telkens gewoner aan het worden tegenwoordig, wat op zichzelf wel een goede ontwikkeling is.
Geschreven door Stijn Koster van i3D.net (in het Engels), door mij met toestemming van de auteur naar het Nederlands vertaald en gepubliceerd.
Wie het originele Engelse artikel wil lezen kan hier terecht.


Gerechtshof: Domeinnaam is enkel een adres

Arnout Veenman op 31 januari 2007 10:57 in Domeinnamen, Juridisch


Het Amsterdamse gerechtshof is van mening dat een domeinnaam in beginsel niet meer is dat een adres van een domeinnaamhouder (zoals een telefoonnummer). Het gerechtshof zegt hierover in een arrest van 19 oktober 2006 (gepubliceerd op 25 januari 2007):
Daarnaast heeft de rechtbank geoordeeld dat een domeinnaam slechts moet worden aangemerkt als adres, respectievelijk vindplaats op internet, waarbij de eerste inschrijver vóór een latere gaat tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, waarvan in dit geval niet is gebleken.
…
Met de rechtbank is het hof van oordeel dat in beginsel een domeinnaam niet meer of anders is dan een adres van de domeinnaamhouder.
Dit is zeer interessant, gezien het gerechtshof hiermee domeinkaping (deels) lijkt te legaliseren, doordat het ‘blote’ houderschap en het gebruik van een domeinnaam géén inbreuk op een handelsnaamrecht oplevert. Enkel wanneer de naam die in de domeinnaam voorkomt door de houder/gebruiker van de domeinnaam ook wordt gebruikt als handelsnaam (op de website), dan ’kleurt’ dat de domeinnaam alszijnde handelsnaam gebruik en maakt de domeinnaam wél inbreuk op het handelsnaamrecht.
Natuurlijk zal het altijd zo blijven dat domeinnamen die aantoonbaar ter kwader trouw worden geregistreerd of in het geval van een zwaar wegend algemeen belang zal worden toegewezen aan een handels- of merknaam bezitter. Echter zolang als de website wordt gebruikt (als vindplaats/adres op internet) voor een website waarbij de bewuste naam in de domeinnaam niet als handelsnaam of merk wordt gebruikt dan maakt de domeinnaam in beginsel geen inbreuk op een handelsnaamrecht van een ander.
Het is daarbij wel belangrijk dat de domeinnaam ook daadwerkelijk als adres wordt gebruikt. Zolang als dat niet het geval is, kan de rechter anders beslissen, zoals we zagen in het vonnis in de zaak van verschillende Idols kandidaten tegen Mijn-Sleutel, al zijn er een aantal verschillen tussen het handelsnaam en merkenrecht. In dat vonnis concludeerde de rechtbank:
De voorzieningenrechter is vooralsnog van oordeel dat nu gedaagde de domeinnamen totnogtoe nog op geen enkele wijze heeft gebruik hij geen recht heeft verkregen waarvoor de later gedeponeerde merken zouden moeten wijken.
…
De voorzieningenrechter is daarom vooralsnog van oordeel dat het merkrecht van eisers sterker geacht moet dan het domeinnaamrecht van gedaagde.
Resumerend valt te conluderen dat een domeinnaam enkel een adres is, die naar iets verwijst. Als een domeinnaam niet gebruikt wordt en dus nergens naar (of naar placeholder pagina) verwijst, dan zou je op basis van dit vonnis gecombineerd met bovenstaand arrest kunnen concluderen dat daarmee de domeinnaam een bloot vermogensrecht is en geen adres, athans niet zo gebruikt wordt en daarmee inbreuk kan maken op een handelsnaam of merk.


SIDN verdubbelt .nl-zonefile update frequentie naar twee keer per dag

Arnout Veenman op 30 januari 2007 10:56 in Domeinnamen, ISP


Vanaf 5 februari zal de .nl-zonefile niet één maar twee keer per dag worden bijgewerkt. Tijdens de laatste SIDN deelnemersbijeenkomst was door Manager Registration & Services, Patrick Follon al aangekondigd dat het in januari zover zou zijn. Het wordt dus vijf dagen later, maar daar zal niemand over vallen, gezien hiermee een door zowel de deelnemers als internetgemeenschap lang gekoesterde wens in vervulling zal gaan.
Zodra het zover is zal de SIDN een nieuwsbrief doen uitgaan naar de deelnemers, waarin verdere informatie zal worden verstrekt over deze mooie ontwikkeling. De volgende punten die op de SIDN agenda staan voor het eerste kwartaal van 2007, zijn de stabiliseringspatch voor DRS4 en verbetering van de online deelnemers rapportages!


Het inbel tijdperk wordt definitief afgesloten. KPN maakt namelijk bekend dat het alle inbel ‘aansluitingen’ voor het einde van het jaar heeft opgeheven. Als belangrijkste reden noemt KPN de teruglopende interesse in dit soort abonnementen. Daarnaast zouden de 900.000 abonnementen, die nog wel actief zijn nauwelijks meer worden gebruikt.
Gezien surfen met een 56k6-modem op het huidige internet vrijwel niet meer (normaal) mogelijk is, moest het inbel tijdperk eens worden afgesloten. Bij deze neemt KPN het voortouw en sluit het het (Nederlandse) inbel tijdperk dat in 1993 begon definitief af.


Kwart van PC’s op internet onderdeel van een botnet

Arnout Veenman op 27 januari 2007 09:17 in ISPam.nl, Illegaal, SPAM, Veiligheid


De toekomst van het internet wordt bedreigd door criminelen met enorme botnets. Het zou zelfs kunnen zijn dat een op de vier PC’s op internet deel uitmaakt van zo’n botnet. Zo heeft Vint Cerf, die ook wel vader van het internet wordt genoemd als mede-uitvinder van het tcp/ip protocol, gezegd tijdens het World Economic Forum.
Cerf vergelijkt de snel groeiende botnets als een om zich heen grijpende ziekte. Naar zijn schatting zijn er op dit moment zo’n honderd tot honderdvijftig van de zeshonderd miljoen PC’s op internet al deel uit van een botnet. Deze worden op hun beurt door de ‘eigenaren’ van het botnet ingezet voor verschillende criminele activiteiten en spam-campagnes.
Een ander panellid John Markoff wist te melden dat op een gegeven moment vijftien procent van de capaciteit van Yahoo misbruikt werd door één botnet. Dit botnet misbruikte de zoekmachine om willekeurige stukjes tekst te vinden voor de spamruns die het uitvoerde.
De belangrijkste conclusie die door het hele panel gedeeld werd was dat er iets moet gebeuren om de toekomst van het internet veilig te stellen. Daarin zouden de besturingssystemen en authenticatie een sleutelrol in moeten gaan spelen.
Het laatste woord was voor Vint Cert die de volgende wijze opmerking maakte:
The future of the Internet, lies in the hands of 13-year-olds, who will figure out what to do, and do it.


Verslag bijeenkomst over onveilige webwinkels

Arnout Veenman op 26 januari 2007 15:38 in Bijeenkomsten, Governance


Eergisteren ben ik, samen met Steven Ras van ICTRecht naar een bijeenkomst over de risico’s en maatregelen tegen onveilige webwinkels in Bunnik geweest. De bijeenkomst werd georganiseerd in het kader van het programma DigiBewust in samenwerking met branchevereniging Thuiswinkel.org en innovatienetwerk Syntens.
De bijeenkomst die voornamelijk was gericht op MKB webwinkeliers en hun adviseurs, om hun voor te lichten over wat er bij komt kijken om een veilige webwinkel te hebben. Helaas sloten de presentaties van de sprekers sloten hier totaal niet op aan, gezien die vooral gingen over procedures zoals die noodzakelijk zijn in grote ondernemingen.
De directeur van Kaspersky die naast me zat hield op dat punt een wijs betoog dat MKB’ers alles outsourcen. De focus moet dus niet liggen bij de MKBer zelf, maar bij de partijen wie ze de techniek achter hun webwinkel uitbesteden. Dat zijn dus de applicatieontwikkelaars en de webhosters. Daarmee sloeg hij de spijker op zijn kop!
De volgende stap is nu om het keurmerk te ontwikkelen door een expertgroep, die zal bestaan uit een aantal experts en webwinkeliers. Uiteindelijk zal dat keurmerk dan onderdeel gaan uitmaken van het Thuiswinkel.org keurmerk. Gezien er een aantal organisatorische veranderingen bij DigiBewust waren geweest, diende iedereen zich opnieuw voor de expertgroep op te geven.
Mocht ik er (opnieuw) voor gevraagd worden dan zal ik natuurlijk sterk de focus leggen op de veiligheid en betrouwbaarheid van webhosters, want je kan je webwinkel nog zo veilig maken. Zonder een veilige en betrouwbare webhoster is je webwinkel nog steeds niet veilig.


CBP: Ernstige kritiek op het huidige dataretentie wetsvoorstel

Arnout Veenman op 25 januari 2007 22:37 in Governance, Juridisch


Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) heeft ernstige kritiek op het dataretentie wetsvoorstel geuit. Eerder deze week had ik hier zelf mijn kritiek ookal over geuit.
Het eerste punt van kritiek is het feit dat de Nederlandse regering graag een bewaartermijn van achttien maanden wil hanteren. Zonder dat daar een goede onderbouwing voor is. Gezien de ingrijpendheid op de persoonlijke levenssfeer van de bepaling is dit wel verplicht mede vanwege artikel 8 van de Europees verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM):
Met de aldus tot stand gekomen conclusie dat een bewaarplicht van een jaar wenselijk zou zijn, is evenwel nog niet voldaan aan het noodzakelijkheidscriterium uit artikel 8 EVRM: “(a) the adjective “necessary” is not synonymous with “indispensable”, neither has it the flexibility of such expressions as “admissible”, “ordinary”, “useful”, “reasonable” or “desirable […].” De door het EVRM vereiste onderbouwing van de proportionaliteit ontbreekt dus.
Hierbij merkt het CBP zelfs op dat de Tweede Kamer een motie heeft aangenomen die de dataretentie richtlijn afkeurde, omdat deze het mogelijk zou maken dat er een bewaartermijn langer dan twaalf maanden mogelijk zou worden. Het is daarmee helemaal scheef dat nu de regering die dat toch heeft doorgedrukt, nu juist hetgeen dat de Tweede Kamer wenste te blokkeren opnieuw probeert door te drukken.
De regering krijgt helemaal een tik op de neus van het CBP met de volgende constatering:
Ten slotte maakt het CBP uit de MvT op dat de bewaartermijn kennelijk op het laatste moment is veranderd van twaalf in achttien maanden. Op drie plaatsen in de tekst is nog sprake van een bewaartermijn van twaalf maanden.
Het argument dat een bewaartermijn van achttien maanden noodzakelijk is in verband met de harmonisatie van de termijn tussen de verschillende lidstaten wordt door het CBP ook resoluut naar het rijk der fabelen verwezen. In buurland Duitsland is er sprake van een bewaartermijn van maximaal zes maanden, net als Zweden dat één van de vier initiatiefnemers van de dataretentie richtlijn is. Frankrijk, Denenmarken, Spanje en Belgie hebben gekozen voor een bewaartermijn van twaalf maanden. Enkel Italie en Ierland hebben gekozen voor een termijn langer dan twaalf maanden met een opslag van respectievelijk vier en half en drie jaar.
Helemaal interessant is het dat het Verenigd Koninkrijk, dat de grote motor achter de Europese bewaarplicht is, aldus het CBP, zelfs helemaal geen bewaarplicht invoert, al biedt de nationale wetgeving daar al wel sinds 2001 de mogelijkheid toe. In het Verenigd Koninkrijk is het zo dat de gegevens op vrijwillige basis én met volledige kostenvergoeding door de grote ISP’s voor de overheid worden verzameld.
Voor het feit dat het wetsvoorstel het bepalen van de gegevens die dienen te worden bewaard door middel van een regeringsbesluit (Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB)) en ook de wijze van beveiliging van de gegevens, de manier waarop en de snelheid waarmee de ISP’s deze beschikbaar moeten stellen heeft het CBP geen goed woord over.
In de door de Europese Commissie ingediende richtlijn stond nog dat er een aparte lijst zou komen met de gegevens die met een lichtere procedure gewijzigd kon worden, een beetje vergelijkbaar met de wet informele zin versus het AMvB zoals hierboven beschreven. Het Europees Parlement heeft dat gewijzigd (geamendeerd) en er zo voor gezorgd dat de te bewaren gegevens in de richtlijn zelf, om precies te zijn in Artikel 5, zijn opgenomen. Waarmee dus ook expliciet is gekozen voor een zwaarder model met expliciet instemmingsrecht van het Europees Parlement.
Uit de Aanwijzingen voor de regelgeving (Ar)24, met name uit de toelichting bij Aanwijzing 22 Ar maakt het CBP op dat hoofdelementen van een richtlijn in de wet zelf dienen te worden opgenomen en dat “ter zake van welke delegatie toelaatbaar is, steeds (dient) te worden onderzocht welke elementen van een regeling zo gewichtig zijn dat de volksvertegenwoordiging rechtstreeks bij de vaststelling moet worden betrokken.” Het is evident dat de lijst te bewaren gegevens een hoofdelement is van de wetgeving waarbij dus het primaat van de wetgever voorop dient te staan. Het CBP ziet in het Duitse wetsontwerp een goed model voor een dergelijke implementatie.
Van het advies uit een rapport van een adviesbureau om gegevens centraal op te slaan uit kostenoverwegingen is het CBP niet bepaald gecharmeerd. Het CBP is van mening dat het rapport ten onrechte geen rekening houdt met de risico’s die een centrale opslag met zich meebrengt, zoals nog niet te voorzien nevengebruik. Naar de ervaring van het CBP schept ieder aanbod zijn eigen vraag. Daarnaast is er nog een belangrijk voordeel van decentrale opslag dat niet door de MvT is erkend, namelijk het feit dat aanbieders op die manier controle blijven uitoefenen op de uitvoerbaarheid van een bevel.
Een ander punt dat voor het CBP onbegrijpelijk is waarom het verplichting tot het bijhouden van statistieken wat betreft het gebruik van de bewaarde gegevens, dat wel in de richtlijn staat niet in het wetsvoorstel is opgenomen en eveneens bij AMvB zal moeten worden gaan geregeld.
Het CBP concludeert dat de uitbreiding van gegevens die nadat communicatie tot stand is gebracht, bij wet dienen te worden geregeld en ook zelfstandig aan artikel 8 EVRM dienen te worden getoetst. Daarnaast wordt het door het CBP in strijd met de dataretentie richtlijn geacht om bij AMvB te regelen of de gegevens centraal of decentraal dienen te worden opgeslagen. Dat dient dus ook in de wet te worden opgenomen.
Wat betreft de toegang tot de bewaarde gegevens, voldoet het wetsvoorstel ook niet, gezien de dataretentie richtlijn het verplicht stelt om de gehele procedure bij wet vast te stellen, een AMvB voldoet daar niet aan. Wat betreft de toegang tot de bewaarde gegevens dient er wat het CBP betreft een limitatieve lijst te komen met de voorwaarden waar aan voldaan dient te zijn om toegang te krijgen tot datarentie gegevens. Waarbij doeleinden als datamining en toegang voor bestuursorganen expliciet bij wet zouden moeten worden uitgesloten.
Het nieuwe artikel 11.13 Tw verbiedt aanbieders om de te bewaren gegevens voor andere doeleinden te verwerken dan de opsporing en vervolging van ernstige misdrijven. Te verwachten valt dat deze bepalingen in de praktijk gaan botsen met mogelijke vorderingen van bestuursorganen of een bevel van de rechter. Het is niet aan de aanbieder om daarin een weg te vinden, maar aan de wetgever. Het CBP meent dan ook dat in het wetsvoorstel alsnog expliciet zou moeten worden uitgesloten dat de te bewaren gegevens langs bestuursrechtelijke dan wel civielrechtelijke weg kunnen worden verkregen. Dat kan door aanpassing van de betreffende bevoegdheden, bijvoorbeeld in het geval van de OPTA via artikel 18.7 Tw.
Elk lidstaat dient jaarlijks statistieken aan de Europese Commissie te verstrekken over het gebruik van de bewaarde gegevens. Het CBP is van mening dat tenminste bij evaluatie van de dataretentie richtlijn in 2010 (een deel) van deze statistieken openbaar dienen te worden gemaakt. Hierbij haalt het CBP meteen uit naar het feit dat aftap statistieken als een staatsgeheim worden gezien.
Ten slotte meent het CBP dat de Richtlijn ten aanzien van de te leveren statistieken geen onderscheid maakt tussen vorderingen door inlichtingendiensten en justitiële vorderingen. De Richtlijn spreekt van ‘bevoegde autoriteiten’. Het CBP ziet niet in hoe het noemen van een getal (het aantal vorderingen door de inlichtingendiensten) een staatsgeheim in gevaar zou kunnen brengen.
Het wetsvoorstel meldt ook niks over de notificatieplicht, waarbij personen (achteraf) te horen dienen te krijgen dat ze getapt zijn of er gegevens over hun gevorderd werden. In het verleden gaf de toenmalige minister Donner toe dat die notificatieplicht structureel met voeten getreden werd. De minister gaf toen aan dat een betere naleving van de notificatieplicht essentieel is als waarborg voor een zorgvuldige en controleerbare toepassing van de bijzondere opsporingsbevoegdheden. Een manier om die naleving te realiseren is om opsporingsdiensten te verplichten om statistieken over het aantal notificaties bij te houden.
Mijn complimenten aan het CBP voor dit volledige adviesrapport, waarin naar mijn idee alle stekeligheden die er aan het huidige wetsvoorstel zitten heeft geadresseerd!! Een zeer goede aanvulling op de eerdere commentaren.


euNetworks datacentrum nieuwe AMS-IX Core PoP

Arnout Veenman op 25 januari 2007 13:31 in Datacentrum, ISP, Netwerken


Het euNetworks datacentrum wordt de nieuwe Core PoP van de AMS-IX als aanvulling van de al reeds bestaande Core PoP’s NIKHEF en TelecityRedbus 2. De keuze voor euNetworks is gemaakt omdat deze als enige zowel over veilige datacentrum faciliteiten als een uitgebreid glasvezel netwerk beschikt. Vanaf het euNetworks datacentrum zullen de AMS-IX Edge PoP’s met 44 fibers redudant worden verbonden.
Van een AMS-IX woordvoerster heb ik begrepen dat euNetworks voorlopig nog niet zal worden ingezet als AMS-IX Edge PoP, dat wil dus zeggen dat daar geen AMS-IX leden zullen worden aangesloten. Echter wanneer daar behoefte aan blijkt te zijn, dan is het niet uitgesloten dat in de toekomst er toe wordt besloten om dat wel te doen.
AMS-IX directeur Job Witteman over het euNetworks datacentrum als nieuwe Core PoP:
Our members, who number some of the worlds largest carrier and Internet organisations, demand the highest levels of security, performance, and above all, availability from AMS-IX. EuNetworks was the one single provider who could provide us with both secure, scalable and highly-available colocation and a private fiber network solution. As owners and operators of the highest capacity network in Europe, euNetworks are uniquely positioned to provide the vast amount of fiber required to support our existing and future carrier and service providers who increasingly connect via 10Gbit/s switches to AMS-IX.
euNetworks als nieuwe AMS-IX Core PoP is een goede keuze, natuurlijk omdat het een superieur datacentrum is en het zeer goede verbindingen heeft. Daarnaast ook omdat het enige afstand (ongeveer 2 en 5km) heeft tot de al reeds bestaande Core PoP’s. Hierdoor wordt de kwetsbaarheid voor een totale uitval van de AMS-IX door (terroristische) aanvallen, natuurgeweld of ander lokaal probleem verder verminderd.


Eerste lustrum voor de ISP Kartcompetitie

Arnout Veenman op 25 januari 2007 09:49 in Bijeenkomsten, ISP


De ISP Kartcompetitie viert haar eerste lustrum op 14 april dit jaar. Wat als een grap begon is uitgegroeid tot een begrip in de ISP-sector en wordt het nu alweer voor het vijfde op een volgende jaar georganiseerd. Verwacht wordt dat het succes van de voorgaande jaren opnieuw zal worden overtroffen. Gezien er vorig jaar 800 bezoekers op af waren gekomen en er dit jaar maar plaats is voor maximaal 1.000 bezoekers, is het niet onverstandig om niet te lang te wachten met inschrijven!
Organisator Dave Aaldering van Aaldering ICT is natuurlijk heel trots op zijn succes:
Dat het zou uitgroeien tot een evenement van deze grootte had niemand van te voren verwacht. Wat begon als een ‘grap’ is nu het grootste informele evenement voor de Nederlandse Service Provider-branche. De positieve reacties van bezoekers en sponsors over de ISP Kartcompetitie motiveren ons extra om in het vijfde jubileumjaar alles op alles te zetten en er opnieuw een succes van te maken.
Dit jaar heeft Dave Aaldering het ook weer voor elkaar gekregen om een imposante lineup van sponsors aan zich te binden, waaronder voor de tweede keer Dataman als hoofdsponsor en verder Juniper Networks, Microsoft, AMS-IX, SIDN, Cisco, Bbned, Foundry Networks en TeleCity Redbus als sub-sponsoren.
De sponsoren gaan zelf ook sub-activiteiten organiseren tijdens het evenement, dus ik ben benieuwd wat we daarvan kunnen gaan verwachten. Volgens organisator Dave Aaldering zullen deze activiteiten niet puur een commerciële bedoeling worden, maar een daadwerkelijke bijdrage leveren aan het evenement, zo verzekerde hij mij al eerder.
Naar verwachting zal de hele ISP Jetset weer vertegenwoordigd zijn tijdens het grootste evenement. Dus netwerken op niveau zal weer mogelijk zijn. Zelf zal ik hoogst waarschijnlijk ook aanwezig zijn, al wil ik dan natuurlijk wel toegang tot de VIP-area’s. ![]()
Te verwachten is dat het weer een leuk evenement zal worden dit jaar, hopelijk blijft het lekker informeel en zal het weer oud-Hollands gezellig worden!


Nieuw initiatief voor onderlinge datacentrum ondersteuning

Arnout Veenman op 24 januari 2007 09:37 in Datacentrum, Governance, ISP


In het Eweka datacentrum is het zo dat er geen toegangspassen aan klanten van klanten worden verstrekt en na kantooruren zijn er ook geen engineers aanwezig in het datacentrum. Hierdoor zijn directe klanten van Eweka bij calamiteiten buiten kantooruren genoodzaakt om zelf (iemand) naar het datacentrum te (laten) gaan.
Eén van de grotere afnemers in het Eweka datacentrum xYnta Internet Solutions werd niet blij van die situatie en heeft daarom naar een oplossing ervoor gezocht. Deze oplossing heet het ‘Eweka Clients Only’ programma, waarbij alle klanten die rechtstreeks bij Eweka minimaal een kwart rack afnemen, kunnen deelnemen.
Wanneer een deelnemer in het Eweka datacentrum aanwezig is meldt deze zich aan op een controle paneel, een andere ISP die een calamiteit ervaart kan dan via dat controle paneel een verzoek sturen, dat dan bijvoorbeeld via sms wordt verstuurd, om bijvoorbeeld een (harde) reboot te geven of klant van de andere ISP toegang te verlenen tot het datacentrum.
ISP’s die deel willen nemen aan het ‘Eweka Clients Only’ programma kunnen zich nu al inschrijven op een daarvoor in het leven geroepen website en dienen zich ook aan een gedragscode, waarin bijvoorbeeld staat hoe om te gaan met de apparatuur van derden, te conformeren en die ondertekend terug te sturen naar de organisatie/bestuur. Die zal bestaan uit xYnta Internet Solutions en TwiLight INC.
Dit is naar mijn idee een prachtig initiatief dat er rechtstreeks voor zorgt dat direct een van de grootste ergernissen van ISP’s voor een deel zou kunnen gaan wegnemen. Of het een succes gaat worden is nu natuurlijk nog niet te zeggen. Ik hoop natuurlijk van harte van wel en dat het uiteindelijk zelfs nog breder kan worden. Op dit moment telt het initiatief al 8 inschrijvers, dus dat is een vliegende start. Ik vind het een mooi initiatief dus een positief advies wat betreft dit initiatief van xYnta Internet Solutions.




Laatste reacties
Patrick: @ Lennie, Klopt! Maar wat nou als je die machines daar in tegen 2-3 uur uit moet zetten omdat ze anders...
Sander: Jammer dat het alleen FTP is. Voor mijn prive foto’s zou ik graag zoiets afnemen, maar dan wel met...
Mark: Zie ik het nou verkeerd of is dit niet veel meer dan een simpel FTP pakket?
Marco: De 512 bytes grens is een waarde die is vastgelegd in het oorspronkeljike DNS protocol (RFC1035, par. 2.3.4)....
Michiel Klaver: Alle ‘lijkenpikkers’ kun je direct doorsturen naar de OPTA via www.spamklacht.nl
Randy ten Have: Name and shame! Dat was inderdaad geen slimme zet met die e-mail.
t.bloo: En de lijkenpikkers komen ook aancirkelen met emails met een hosting aanbieding naar alle adressen die Sam...
Randy ten Have: Niet helemaal. We gebruiken een MTU van 1500. UDP pakketten zijn dan beperkt tot maximaal 1452 bytes....




Archieven
- september 2010 (4)
- augustus 2010 (46)
- juli 2010 (44)
- juni 2010 (39)
- mei 2010 (47)
- april 2010 (45)
- maart 2010 (48)
- februari 2010 (45)
- januari 2010 (49)
- december 2009 (54)
- november 2009 (46)
- oktober 2009 (48)
- september 2009 (53)
- augustus 2009 (45)
- juli 2009 (50)
- juni 2009 (58)
- mei 2009 (54)
- april 2009 (59)
- maart 2009 (55)
- februari 2009 (43)
- januari 2009 (41)
- december 2008 (49)
- november 2008 (39)
- oktober 2008 (49)
- september 2008 (43)
- augustus 2008 (42)
- juli 2008 (46)
- juni 2008 (41)
- mei 2008 (42)
- april 2008 (45)
- maart 2008 (42)
- februari 2008 (45)
- januari 2008 (37)
- december 2007 (39)
- november 2007 (44)
- oktober 2007 (59)
- september 2007 (49)
- augustus 2007 (50)
- juli 2007 (55)
- juni 2007 (58)
- mei 2007 (60)
- april 2007 (36)
- maart 2007 (50)
- februari 2007 (38)
- januari 2007 (44)
- december 2006 (35)
- november 2006 (54)
- oktober 2006 (32)
- september 2006 (39)
- augustus 2006 (45)
- juli 2006 (46)
- juni 2006 (41)
- mei 2006 (54)


Rubrieken
- Advertorial
- Bijeenkomsten
- Breedband
- Censuur
- Column
- Datacentrum
- Domeinnamen
- Downtime
- economie
- Governance
- Hardware
- Hosting
- Illegaal
- IPv6
- ISP
- ISPam.nl
- ISPviews
- Jaaroverzicht
- Juridisch
- Koffie
- Maatschappij
- MVO
- Netwerken
- Nieuws uit de branche
- Onderzoek
- Persberichten
- Podcast
- Politiek
- Problemen
- Producten
- Productreviews
- Software
- SPAM
- Thijs Hostwise
- Veiligheid
- Vraag het Mr. Ras
- xCAT.nl Publishing






