Posts Tagged ‘migratie’

SIDN: Migratie naar DRS5 succesvol

Arnout Veenman op 18 maart 2010 08:05 in Domeinnamen
Tags:, , ,

Het was het moment van de waarheid voor SIDN. De migratie van DRS4 naar het nieuwe DRS5 (ook bekend als DRS-EPP). De migratie duurde door packetloss bij de datamigratie  twee uur langer dan gepland. Verder is de migratie en het in productie nemen van DRS5 goed verlopen en een succes!

“We zijn wel teleurgesteld over het aantal afwijzingen dat we zien in DRS, doordat bijvoorbeeld de verkeerde formulieren zijn gebruikt.”, aldus SIDN woordvoerster Lycke Hoogeveen tegenover ISPam.nl, “Ondanks alle communicatie met behulp van nieuwsbrieven, het weblog, regionale sessies en e-mails zijn er dus toch registrars die niet goed voorbereid zijn op DRS5, terwijl ze wel direct .nl-domeinnamen willen registreren.”

Na het openstellen van DRS5 voor registrars, zijn er binnen één uur 1.500 registraties van .nl-domeinnamen verwerkt en de registraties blijven komen. De supportafdeling van SIDN heeft een dubbel aantal calls ontvangen, die allemaal – al dan niet door terugbellen – zijn verwerkt. Daar was al vooraf rekening mee gehouden door het inzetten van extra personeel.

Eerst zijn daarbij de vragen van registrars die al met DRS5 hebben getest behandeld door de supportafdeling, daarbij ging het voornamelijk om finetunnen en kleine zaken die direct voor hen konden worden opgelost. Daarna kregen de registrars die nog niet met DRS5 hadden getest antwoord.

Door de migratie was het van 16 maart 12:00 uur tot 17 maart 14:00 uur niet mogelijk om nieuwe .nl-domeinnamen te registreren of te muteren. Twee uur langer dan vooraf gepland. Uit onderzoek bleek dat er bij de datamigratie van DRS4 naar DRS5 een bovengemiddeld percentage packet-loss optrad op een van de NIC’s. Om het datamigratietraject, wat op dat moment reeds ver gevorderd was, niet te verstoren en te herstarten, werd door SIDN besloten deze vertraging te accepteren.

De belangrijkste wijziging in DRS5 is het feit dat er ondersteuning voor het EPP-protocol is. Uiteindelijk zal de oude e-mail-interface worden uitgefaseerd en op XML-gebaseerde EPP, naast de web-interface, de enige manier zijn om met DRS5 te communiceren. Daarnaast is een belangrijke wijziging dat het verhuisproces nu met tokens werkt. Om een .nl-domeinnaam te verhuizen moet de houder een token opvragen bij zijn huidige registrar en die verstrekken aan zijn nieuwe registrar. De oude registrar moet deze binnen 5 dagen verstrekken.

Met de migratie naar DRS5 neemt SIDN definitief afscheid van het (zeker in het begin) geplaagde DRS4. SIDN laat hiermee zien succesvol en zonder noemenswaardige problemen over te kunnen stappen op een nieuw domeinregistratiesysteem. Chapeau!

Print This Post  Reageer! (Al één reactie)


Migratie SIDN: 24 uur geen registraties

Randy ten Have op 1 maart 2010 08:03 in Domeinnamen
Tags:, , ,

Van dinsdag 16 maart om 12.00 uur tot woensdag 17 maart om 12.00 uur zal het niet mogelijk zijn om nieuwe .nl-domeinen te registreren. De SIDN voert dan de migratie uit van DRS4 naar DRS5, het nieuwe Domein Registratie Systeem voor Registars. Dit laat de SIDN op haar weblog weten.

Aanvragen via de website als het webformulier zijn gedurende deze periode niet mogelijk. De (registrar)whois zal korte periodes onbeschikbaar zijn. De nieuwe Registrar Test Omgeving is eveneens onbereikbaar. De DNS-check blijft wel gewoon werken. Samengevat zijn mutaties en nieuwe registraties dus gedurende 24 uur niet mogelijk. E-mails die verzonden worden naar de registratierobot worden dan ook niet in behandeling genomen door de SIDN.

De eerste wijzigingen voor deelnemers zijn er overigens al eerder. Vanaf 9 maart a.s. is de grace periode bij foutieve nameservers gewijzigd van 7 dagen naar 1 dag. Indien dan een domein geregistreerd wordt met fouten in de nameserver moeten deze binnen 24 uur hersteld worden, anders komt de registratie te vervallen. Een dag later, op 10 maart a.s. zullen aanvragen voor een (gedeeltelijke) overname niet meer mogelijk zijn. Hetzelfde geldt voor aanvragen voor opheffing van domeinen. Daarnaast verzoekt de SIDN om geen bulkwijzigingen meer door te voeren vanaf 10 maart.

Vanaf 13 maart wordt de periode waarin bezwaar tegen een verhuizing ingedient kan worden verkort. Verhuizingen blijven wel mogelijk tot enkele uren voor de definitieve migratie van het systeem. Vanaf 15 maart, een dag voor de migratie, wordt er een beperking opgelegd op batchaanvragen. Waar deelnemers normaal 200 domeinen per batch kunnen aanvragen of wijzigen zal dit nu nog maar 1 domein per batch zijn.

Print This Post  Reageer! (Al 4 reacties)


Welke regio neemt het voortouw in IPv6-inzet?

Randy ten Have op 6 oktober 2008 08:05 in ISP
Tags:,

Over een kleine drie jaar zijn alle IPv4 adressen uitgegeven aan de lokale registry’s en kunnen er wereldwijd gezien geen nieuwe adressen meer worden uitgegeven. Enkel de overgang naar IPv6 lijkt de enige oplossing. In verschillende media lees je hier over. Maar hoe zit het nu met de implementatie van IPv6? Meten is moeilijk, omdat het bij eindgebruikers vaak om IPv6 in IPv4 tunnels gaat. Maar het gaat er juist om, dat providers de infrastructuur gereed maken, zodat de eindgebruikers kunnen volgen. Enkel dan kan de groei in de markt blijven doorzetten, ook als alle IPv4 adressen zijn uitgegeven.

Op de blog van ICANN is een artikel verschenen over het IPv6 gebruik. Er is echter geen standaard manier om de voortgang te meten. ICANN bekeek het aantal ASN’s (verschillende autonome netwerken die het Internet vormen, RtH) per regio in de wereld en het aantal IPv6 adressen dat geadverteerd werd. Volgens deze grafieken zou Afrika (Afnic) koploper zijn met een implementatie van 22%. De RIPE zou een implementatie hebben van 9%. Iemand die zich verdiept heeft in de cijfers, weten dat deze te rooskleurig zijn.

De site van SixXS biedt live gegevens over het aantal IPv6 blokken dat aangevraagd en geadverteerd wordt. Als we nu eens naar Afrika kijken, zien we dat daar 60 IPv6 prefixes actief zijn. Als je kijkt naar het aantal autonome netwerken dat in Afrika actief is, is dit aantal binnen het totale Internet te verwaarlozen. Er staan echter wel interessantere gegevens op de website: Het aantal uitgegeven IPv6 blokken per land en het aantal wat daarvan daadwerkelijk actief is.

De Verenigde Staten nemen de eerste plek in, met 683 toegekende IPv6 blokken, waarvan er 217 daadwerkelijk actief zijn. Nederland komt er met een vijfde plek goed vanaf. Van de 89 toegekende IPv6 adresblokken, zijn er inmiddels 48 actief op het Internet. Als klein land, toch bijna 2% van het IPv6 Internet. Door enkele pro-actieve providers als BIT, de vierde IPv6-enabled nameserver van de SIDN en de NL-IX die binnenkort start met het weggeven van gratis IPv6 transit zal NEderland met de inzet van iedere provider deze positie goed vast moeten kunnen houden.

Print This Post  Reageer! (Al 2 reacties)


IETFEen lid van de Internet Engineering Task Force (IETF) heeft een memo de wereld in gestuurd met een ambitieus plan voor de migratie van IPv4 naar IPv6. Volgens het plan zouden alle servers op internet in 2011 via IPv6 bereikbaar moeten zijn.

Het plan is volgens auteur John Curran noodzakelijk om organisaties duidelijk te maken wat er van ze verwacht wordt. Hij heeft zijn plan in de volgende 3 fases opgedeeld:

  1. 2008: ISP’s moeten klanten internet toegang via IPv6 aanbieden
  2. 2009: ISP’s moeten hun eigen servers via IPv6 bereikbaar maken
  3. 2011: Alle organisaties moeten over zijn op IPv6

Goed dat er een concreet plan is met een tijdslijn. Het lijkt me een goed plan als ISP’s (waaronder ook webhosters) hun klanten IPv6 connectiviteit aan bieden!

Zijn jullie servers al via IPv6 bereikbaar?

Print This Post  Reageer! (Al 9 reacties)


Op de laatste ICANN meeting was IPv6 één van de belangrijke onderwerpen. Bij IANA (onderdeel van ICANN) denken ze dat de laatste IPv4 adressen tussen 2009 en 2011 zullen uitgeven. Hierna is de koek op en zijn er geen IPv4 adressen meer beschikbaar.

Al zal het daarna nog even duren voordat de IPv4 adressen op zullen zijn bij de Regional Internet Registries (RIR’s), zoals RIPE, ARIN, etc, die de adressen weer aan de ISP’s en gebruikers uitdelen. Daarom heeft het ICANN bestuur een resolutie aangenomen waarin ICANN de internet gemeenschap oproept om bewustwording over de huidige situatie te creëren en mee te denken over oplossingen om de migratie naar IPv6 te bespoedigen.

De noodzaak en roep om over te migreren naar IPv6 wordt telkens duidelijker. En zijn het niet alleen maar de IPv6 taskforces die tot migratie naar IPv6 oproepen, maar ook ARIN, NIC México en ook ICANN roepen op om zo snel mogelijk te migreren naar IPv6!

Print This Post  Reageer! (Al 4 reacties)


Vanaf 1 januari 2011 zal NIC México enkel nog IPv6 adressen kunnen uitgeven, omdat naar verwachting binnen drie jaar de IPv4 adressen op zijn, zo maakt NIC México bekend.

NIC México wil met haar bericht bewustwording bij de internet gemeenschap creeeren, zodat deze tijdig kan beginnen met de migratie naar IPv6 zo stelt Oscar Robles, CEO van NIC Mexico. Niet alle organisaties hebben de zelfde behoeften, maar organisaties die nu al weten dat ze na 1 januari 2011 additionele IP-adressen nodig hebben, moeten op die datum klaar zijn met de migratie naar IPv6 zo stelt Robles.

De noodzaak voor migratie begint nu goed door te dringen, nu NIC México na ARIN ook oproept om te migreren naar IPv6. Al is deze oproep van NIC México nog nadrukkelijker dan die van ARIN! Het is nu te hopen dat ze bij RIPE ook wakker worden en voort maken met beter beleid voor de uitgifte van IPv6 adressen!

Print This Post  Reageer!


ARIN, verantwoordelijk voor de uitgifte van IP-adressen in Noord-Amerika, roept de internet gemeenschap op om naar IPv6 te migreren. ARIN geeft daarbij aan dat het sinds 1999 zowel IPv4 als IPv6 adressen uitgeeft en tot nu toe naar buiten geen van beide gepromoot. De hoeveelheid beschikbare IPv4 adressen is nu zodanig afgenomen dat het punt is aangekomen waarop ARIN het nodig acht de internet gemeenschap te adviseren om naar IPv6 te migreren.

De volgende resolutie werd door het ARIN bestuur aangenomen:

RESOLUTION OF THE BOARD OF TRUSTEES OF ARIN ON INTERNET PROTOCOL NUMBERING RESOURCE AVAILABILITY

WHEREAS, community access to Internet Protocol (IP) numbering Resources has proved essential to the successful growth of the Internet; and,

WHEREAS, ongoing community access to Internet Protocol version 4 (IPv4) numbering resources can not be assured indefinitely; and,

WHEREAS, Internet Protocol version 6 (IPv6) numbering resources are available and suitable for many Internet applications,

BE IT RESOLVED, that this Board of Trustees hereby advises the Internet community that migration to IPv6 numbering resources is necessary for any applications which require ongoing availability from ARIN of contiguous IP numbering resources; and,

BE IT ORDERED, that this Board of Trustees hereby directs ARIN staff to take any and all measures necessary to assure veracity of applications to ARIN for IPv4 numbering resources; and,

BE IT RESOLVED, that this Board of Trustees hereby requests the ARIN Advisory Council to consider Internet Numbering Resource Policy changes advisable to encourage migration to IPv6 numbering resources where possible.

Het feit dat ARIN zich op deze wijze uitspreekt voor migratie naar IPv6 laat zien dat het zeer noodzakelijk is, om in ieder geval te experimenteren met IPv6 en er voor te zorgen dat systemen en software klaar zijn voor het gebruik er van. Ik ben benieuwd of andere regionale internet registries (RIR’s) waaronder RIPE NCC, LACNIC, AFRINIC en APNIC zich in navolging van ARIN ook zullen uitspreken om naar IPv6 te migreren. Dat zou een goede ontwikkeling zijn om zo verder bewustzijn te creëren van de noodzaak van migratie naar IPv6.

Print This Post  Reageer! (Al 3 reacties)


Gisteren was ik, mede namens ISPConnect, bij de IPv6 bijeenkomst die door de Nederlandse IPv6 taskforce werd georganiseerd aanwezig. In vergelijking met de vorige IPv6 bijeenkomst, de IPv6 summit die plaats heeft gevonden op 15 november 2006 was deze nieuwe bijeenkomst meer gericht op de strategische kant van IPv6. Bij een voorstelrondje onder de aanwezigen bleek dat een groot deel van de aanwezigen vooral een technische oriëntatie had.

Tijdens de bijeenkomst is ondermeer het rapport onderzoek naar praktische implementaties van Internet Protocol versie 6 dat is uitgevoerd door Peter van Eijk van Digital Infrastructures besproken en zijn de belangrijkste punten uit het rapport aangehaald.

Het belangrijkste punt uit het rapport dat tijdens de bijeenkomst besproken is, is wie welke noodzaak heeft om over te stappen naar IPv6. Als eerste voorbeeld werd daarbij de Amerikaanse kabelmaatschappij Comcast genoemd, die met 20.000.000 klanten, die allemaal gemiddeld 2.5 settopboxen in huis hebben en per settopbox zijn er weer 2 IP-adressen nodig.

Daardoor heeft Comcast 100.000.000 IP-adressen nodig. In de private IP-range 10.0.0.0/8 zitten geen 100.000.000 IP-adressen en zoveel IPv4 adressen zullen ze bij IANA natuurlijk ook niet krijgen. De keuze voor IPv6 is voor Comcast dan ook logisch, omdat ze anders voor een complexe NAT-achter-NAT(-achter-NAT) oplossing moeten kiezen, die wat betreft de configureerbaarheid zeer complex is.

Het zelfde soort probleem hebben de mobiele telco’s, telkens meer mobiele telefoons zijn IP-enabled en hebben daarom een IP-adres nodig en er zijn simpelweg meer telefoons dan dat er IPv4 adressen beschikbaar zijn. Het zelfde gaat op voor autofabrikanten die hun auto’s zowel intern als extern via IP willen laten communiceren, echter zijn daar enkele IP-adressen per auto voor nodig en een paar miljoen publieke IPv4 adressen verkrijgen bij IANA zit er ook voor hun niet in.

De grote organisaties zullen het langzaam maar zeker uitfaseren in verband met betere beveiliging en om kostenvoordelen. Kleinere organisaties en thuisgebruikers willen simpelweg dat dingen werkt en hebben lokaal veelal een klein netwerkje in een private range, die zullen de overstap niet al te snel maken.

Als laatste belangrijke groep zijn er de (web)hosters, die aldus (het rapport van) Peter van Eijk het minst geneigd zijn om over te stappen op IPv6, gezien daar het tekort aan IP adressen het minst gering is. Veelal draaien er duizenden websites op enkele IP-adressen.

Naast de samenvatting van de bespreking van het onderzoeksrapport, werd er gekeken naar actiepunten om het gebruik verder te bevorderen. Wat de overheid kan doen was daarbij een belangrijk punt. Een enkeling opperde dat de overheid bijvoorbeeld het verplicht zou kunnen stellen om enkel IPv6 enabled apparatuur te leveren, maar een ander deel van deelnemers was daar weer fel op tegen. Een ander voorstel was dat de overheid in ieder geval beschikbaar zou moeten maken via IPv6 en daarmee zelf het goede voorbeeld geven. Dat voorstel kon op de instemming van vrijwel alle deelnemers rekenen.

Ook werd er verwezen naar een website die 10GB aan porno gratis beschikbaar wordt gesteld door de website IPv6Experiment.com, waarvandaan enkel kan worden gedownload via IPv6, wie de website bezoekt over IPv4 krijgt enkel een pagina met uitleg over IPv6 en het experiment zelf te lezen.

Organisatorisch zal de IPv6 taskforce hoogstwaarschijnlijk onderdeel worden van BreedNed. Verder wil men een IPv6 wiki opzetten, waarbij er dan gehoopt wordt dat de aanwezigen daar ook een bijdrage aan zouden willen leveren. Het idee is om de IPv6 wiki te combineren met de BreedNed wiki.

Tijdens de vragenronde langs alle deelnemers heb ik het idee geopperd om via SIDN het gebruik van IPv6 te bevorderen, waarbij bijvoorbeeld een korting zou kunnen worden gegeven op domeinnamen die worden geregistreerd met (ook) IPv6 enabled nameservers. IPv6 taskforce voorzitter Erik Huizer, die overigens ook in het bestuur van zowel SIDN als PIR (.org) zit, ziet daar wel wat in. Na de vragenronde kwam de bijeenkomst ten einde en was er de mogelijkheid om te borrelen, waar natuurlijk goed gebruik van werd gemaakt.

Achteraf tijdens de borrel realiseerde ik me dat (web)hosters er wel degelijk bij gebaat zijn om over te stappen van IPv4 naar IPv6. Hosters draaien inderdaad soms wel duizenden websites op een enkel IP, bij bijvoorbeeld clustering, alleen wat als er een DDoS binnenkomt op dat IP. Als elke aparte website een eigen IP zou hebben dan kan een DDoS die op één website is gericht, veel eenvoudiger (op router niveau) geblokkeerd worden en daarmee veel minder schade aanrichten.

Zelf denk ik dat het belangrijk wordt om zo snel mogelijk ervaring op te doen met IPv6.

Wie van jullie is er nu al met IPv6 bezig, aan het experimenteren of draait er zelfs al (deels) op of juist niet en waarom niet of wel?

Print This Post  Reageer! (Al 7 reacties)




advertenties

Laatste reacties

Lennie: Ahh, juist, x86 virtualisatie komt er aan: http://www.linuxfordevices.com /c/a/News/ARMv7A-extensions...
Patrick: @ Lennie, Klopt! Maar wat nou als je die machines daar in tegen 2-3 uur uit moet zetten omdat ze anders...
Sander: Jammer dat het alleen FTP is. Voor mijn prive foto’s zou ik graag zoiets afnemen, maar dan wel met...
Mark: Zie ik het nou verkeerd of is dit niet veel meer dan een simpel FTP pakket?
Marco: De 512 bytes grens is een waarde die is vastgelegd in het oorspronkeljike DNS protocol (RFC1035, par. 2.3.4)....
Michiel Klaver: Alle ‘lijkenpikkers’ kun je direct doorsturen naar de OPTA via www.spamklacht.nl
Randy ten Have: Name and shame! Dat was inderdaad geen slimme zet met die e-mail.
t.bloo: En de lijkenpikkers komen ook aancirkelen met emails met een hosting aanbieding naar alle adressen die Sam...

Ontvang ISPam.nl per e-mail

Vul je e-mail adres in:


of abonneer op de ISPam.nl RSS Feed