Journalistiek

Onpartijdig, onafhankelijk nieuws, uitsluitend in dienst van het branchebelang.

Verslag Domeinnaamdebat 2008

  • Door
  • Veenman
  • geplaatst op
  • 17 november 2008 08:05 uur

Landrush numerieke .nl-domeinnaam rampzalig verlopenNa drie jaar heeft SIDN opnieuw een Domeinnaamdebat georganiseerd, dit keer was het debat niet zoals drie jaar geleden opgedeeld, in plaats daarvan werd het Domeinnaamdebat 2008 op één middag gevoerd. Op het programma stonden dit keer de thema’s “Van lame delegations naar te reserveren domeinnamen” en “Identificatie en traceerbaarheid van .nl-domeinnaamhouders”.

Tijdens het Domeinnaamdebat 2008 werden vier bij de thema’s horende voorstellen besproken, waaronder de mogelijkheid om .nl-domeinen te reserveren, afschaffen van de verplichte identificatie (vooraf) van houders van .nl-domeinen, afschaffen van het domicilieadres en beperking van de gegevens in de whois. Hieronder een uitgebreid verslag van het debat.

Van lame delegations naar te reserveren domeinnamen
Dit thema en het daar mee samenhangende voorstel vanuit SIDN werd ingeleid door Erik Logtenberg, algemeen directeur van VEVIDA. Stel je voor je bent een marketeer die een campagne wil lanceren die je geheim wil houden voor je concurrenten en waarvan je de url van de bewuste actie website ook geheim wil houden, daarbij verwees Logtenberg overduidelijk naar de .nl-campagne (jouwunieke.nl) van SIDN.

Voorstel 1:
Op het moment dat je het campagne domein registreert staat het in de zonefile en zijn in de whois ook al je gegevens te vinden en kunnen je concurrenten achterhalen dat je bezig bent met de bewuste campagne. Het voorstel is dan ook om het mogelijk te maken om .nl-domeinen te reserveren, waarbij deze niet in de zonefile van SIDN terecht komen én in de whois de (persoons)gegevens van de houder niet terug te vinden zijn.

De reacties op het voorstel waren wisselend, het grootste deel van de aanwezigen stond positief tegenover het mogelijk maken om .nl-domeinen te reserveren. Echter was niet iedereen het eens met het feit dat dan ook de (persoons)gegevens van de houder van het gereserveerde domein moeten worden afgeschermd. Een tweede punt was de termijn die een .nl-domein gereserveerd zou mogen zijn, één jaar werd door verschillende aanwezigen als redelijk genoemd, om te voorkomen dat de SIDN zou veranderen in een “database met slagzinnen”, zoals Olaf Kolkman van NLNetlabs opmerkte.

De conclusie van debat voorzitter Anne-Wil Duthler was dat vrijwel iedereen het wel eens is met dit voorstel, maar dat de invulling nog wat verdere discussie behoeft. Zelf twijfel ik of dat het geval is.

Identificatie en traceerbaarheid van .nl-domeinnaamhouders
Aan dit thema waren drie verschillende voorstellen gekoppeld.

Voorstel 2: Naar achteraf identificatie
Het eerste voorstel was om identificatie van .nl-domein houders niet meer vóóraf verplicht te stellen, maar met het kunnen volstaan van identificatie achteraf, dus op het moment dat de identiteit van de houder van een .nl-domein wordt betwist. Zoals SIDN in de toelichting bij het voorstel ook schrijft is identificatie van houders niet in het belang van houders, deelnemers noch SIDN zelf, maar vooral derden die de houder van een .nl-domein juridisch wil kunnen aanspreken. In de praktijk is het op dit moment dan ook al zo dat deelnemers (met een geautomatiseerd registratieproces) de identiteit van de houders van .nl-domeinen (vooraf) niet controleren.

Er ontstond een rommelige discussie, waarbij er meerdere malen een poging werd gedaan om vast te stellen wat precies de inhoud van het voorstel is, maar tot aan de afsluiting van het debat over dit voorstel leek het er op dat iedereen een eigen definitie van het voorstel voor ogen leek te hebben. Doordat het voor veel deelnemers onduidelijk was wat het voorstel precies behelst waren er veel kritische geluiden van deelnemers!

Daarnaast kwam er ook felle oppositie van partijen van wie dat te verwachten was. Stichting BREIN uitte de zorg dat met formalisering van de huidige praktijk, waarbij de identiteit van houders niet gecontroleerd wordt, het .nl-domein aantrekkelijker wordt voor criminelen, die zich nu achter schimmige domeinen waar helemaal geen controle op is verbergen zoals .cc en .to, maar dat commentaar was zeer redelijk vergeleken met de oppositie die kwam van verschillende overheidsorganen.

De KLPD spande de kroon, identificatie is namelijk essentieel voor de opsporing en als dat niet gebeurt dan is de vogel alweer gevlogen, was de belangrijkste strekking van het bezwaar van de KLPD. Verder merkte iemand van de OPTA op dat iedereen zijn verantwoordelijk zou moeten nemen online op het gebied van identificatie. Dat uiteindelijk leidde tot een felle discussie over anonimiteit op internet, die tijdens een ander voorstel opnieuw zou oplaaien.

Voorzitter van het debat Anne-Wil Duthler vroeg aan de deelnemers in het publiek aan te geven of ze voor of tegen het voorstel zijn, echter door de rommeligheid van het debat, de onduidelijkheid en ook de vraagstelling van de voorzitter stemden veel van de aanwezige deelnemers tegen het voorstel. Deelnemers die ik in de pauze gesproken heb, en tegen stemden gaven aan of niet goed te begrijpen wat het voorstel inhield en daardoor bewust tegen te stemmen of de vraag niet begrepen. Overigens was de stemming puur als indicatie en niet bedoeld om tot besluitvorming te komen.

Voorstel 3: Afschaffen van het domicilieadres
Het derde voorstel houdt het afschaffen van het domicilieadres in, dat moet worden opgegeven indien een .nl-domein houder zich in het buitenland bevindt. Advocaat Remy Chavannes leidde dit onderwerp in, met als belangrijkste boodschap en vraag, of het afschaffen van het domicilieadres niet het wegnemen van een klein probleem voor velen een groot probleem creëert voor enkelen. Het adres is voornamelijk nodig om een houder van een .nl-domein juridisch te kunnen aanspreken en dagvaardingen laten betekenen in het buitenland is kostbaar en soms zelfs onmogelijk, waardoor een .nl-domein houder niet meer juridisch aan te spreken zijn.

Van de aanwezige deelnemers had eigenlijk niet niemand echt problemen gehad met het domicilieadres, één deelnemer merkte op dat ze er zelf bewust voor hadden gekozen niet het domicilieadres te willen zijn en daar een derde partij voor geregeld te hebben. Wel zou de afschaffing kunnen leiden tot het niet of lastig juridisch kunnen aanspreken van buitenlandse .nl-domeinhouders.

SIDN CEO Roelof Meijer, die zich verder zoveel mogelijk buiten het debat hield, merkte wel op dat er ook een groeiende groep buitenlandse deelnemers is zonder Nederlandse vestiging, die niet in het debat vertegenwoordigd zijn, en daardoor zelf geen Nederlands adres hebben en daardoor ook geen domicilieadres kunnen zijn. Daartegenover staat dat Nederland daardoor vanwege het moeilijker maken om een buitenlandse .nl-domein houder juridisch aan te spreken criminelen zou kunnen aantrekken. Daar ben ik het mee eens en zeker bij een buitenlandse deelnemer, is dan zowel de houder als de deelnemer lastig juridisch aan te spreken (om bijvoorbeeld naw-gegevens te vorderen), waardoor de aantrekkelijkheid van het .nl-domein voor criminelen nog groter wordt.

De uiteindelijke voorlopige conclusie was dat er niemand echt voor of tegen het verplichte domicilieadres is. Ook op dit punt daarom weer geen duidelijk standpunt of het domicilieadres wel of niet dient te worden afgeschaft. Ik zou zelf zeggen van niet, maar ik ben er zelf dan ook een tegenstander van afschaffing.

Voorstel 4: Beperking van de gegevens in de WHOIS
De huidige werking van de WHOIS voldoet niet aan Europese privacy richtlijnen en moet daarom worden aangepast, waarbij de hoeveelheid gegevens die voor eenieder in te zien zijn worden verminderd. Het voorstel bestaat uit vier sub-voorstellen die SIDN allemaal wil invoeren.

De Whois wordt gescheiden in een publiek gedeelte (met een beperkte inhoud) en een niet-publiek gedeelte (met de huidige informatie). De laatste wordt enkel toegankelijk voor SIDN deelnemers (en dan alleen voor ‘eigen registraties’), opsporingsdiensten (binnen het kader van hun bevoegdheid en een met SIDN te sluiten overeenkomst), het instituut en het instituut dat de geschillenregeling voor .nl-domeinen afhandelt (ten behoeve van de geschillenregeling). De adresgegevens van houders worden enkel verstrekt op basis van een gerechtelijk bevel, advocaten en deurwaarders in het kader van geschillen met betrekking tot het domein

De publieke Whois toont voortaan alleen:

  • a. de status van de domeinnaam
  • b. de naam van de houder (geen adres of andere gegevens)
  • c. het e-mail adres van de administratief contactpersoon (geen naam of telefoonnummer)
  • d. het e-mail adres van de technisch contactpersoon (geen naam of telefoonnummer)
  • e. de deelnemergegevens.
  • f. de nameservergegevens

Om het grootschalig bevragen van de Whois tegen te gaan, wordt de inhoud van Whois op command line niveau beperkt tot:

  • a. de status van de domeinnaam
  • b. de deelnemergegevens
  • c. de nameservergegevens

De meeste deelnemers in het debat konden zich hier wel in vinden, maar vooral overheidsinstanties, KLPD, OPTA, GOVCERT.NL en ConsumentenAutoriteit, gaven aan bang te zijn dat opsporing hierdoor lastiger zou worden. Daarnaast werd er ook geopperd om onderscheid te maken tussen bedrijven en particulieren. Van bedrijven zouden dan bijvoorbeeld wel de adresgegevens kunnen worden getoond.

Daarbij werd ondermeer geopperd om bij bedrijven bijvoorbeeld het inschrijfnummer van de Kamer van Koophandel te tonen, waarna bij de KvK de rest van de gegevens van het bewuste bedrijf terug te vinden zijn. Verder ontstond opnieuw een discussie over de vraag of anonimiteit op internet wenselijk is of dat het eigenlijk onmogelijk moet zijn om anoniem online te opereren.

De uiteindelijke conclusie was dat, mede gezien het feit dat er voldaan moet worden aan de Europese privacyrichtlijn, de voorstellen moeten worden ingevoerd, maar dat de wijze waarop nog besproken moet worden.

Conclusie
Het Domeinnaamdebat 2008 had een aantal pittige onderwerpen op de agenda staan. Om een goed beeld te kunnen hebben van de onderwerpen en bijbehorende voorstellen, was het in dit geval echt noodzakelijk om goed ingelezen of ingewijd te zijn in de achtergronden. Daarnaast was door het grote aantal aanwezigen, naar schatting zo’n 50 personen en de korte tijdsduur er veelal geen ruimte voor een diepgaand debat. Ondanks het feit dat voorzitter Anne-Wil Duthler het debat met veel betrokkenheid en enthousiasme leidde verliep het debat ook nogal rommelig en leek Duthler zelf op bepaalde momenten ook een bepaalde richting uit te sturen.

De uitkomst uit het debat is op dit moment elke kant op te buigen doordat er op het merendeel van het voorstel geen consensus was te vinden. Gelukkig heeft SIDN aangekondigd de uitkomsten van het debat online te plaatsen en deelnemers kunnen daar één week lang naar harte lust op schieten, dat is wel erg kort wat mij betreft. Op basis van die reacties zal SIDN dan de definitieve versie maken.

Domeinnaamdebat 2008 is een succes
Ondanks mijn kritische insteek, ben ik met SIDN van mening dat het Domeinnaamdebat 2008 een succes is. Alle relevante partijen waren aanwezig en hebben hun mening gegeven over de verschillende voorstellen. Ondanks dat er nogal wat zaken onduidelijk waren bij verschillende aanwezigen, neemt dat niet weg dat SIDN goede input heeft gekregen. Ik ben daarom vooral benieuwd naar de (voorlopige) conclusies die SIDN zelf uit het debat heeft getrokken.

Feedback!
Fill out my online form.
Laatste reacties

Bedankt voor het succes van ISPam.nl
Koen Stegeman, Editor-in-Chief & founder Hostingjournalist.com: Jammer Arnout, maar je hebt een mooie bijdrage aan de hosting industrie geleverd, en dat jaren lang....

Bedankt voor het succes van ISPam.nl
Dillard Blom: Jammer dat een 'instituut' verdwijnt, en daarmee een bron van informatie over actuele zaken (en opin...

Bedankt voor het succes van ISPam.nl
L.: Uit automatisme kijk ik toch nog steeds elke dag naar ispam.nl, toch de hoop dat er nog een berichtj...

Bedankt voor het succes van ISPam.nl
Toni Donkers: Arnout bedankt! ik ga het missen dat is een feit!

Bedankt voor het succes van ISPam.nl
Marcel Stegeman: Ik zie het nu pas. Inderdaad jammer maar ik kijk nu al uit naar het volgende project.