Journalistiek

Onpartijdig, onafhankelijk nieuws, uitsluitend in dienst van het branchebelang.

Storage Stories: de infrastructuur van phoenixNAP

  • Door
  • dr. Serge Gielkens
  • geplaatst op
  • 1 maart 2016 08:00 uur

Sinds 2009 biedt phoenixNAP een portfolio aan variërend van colocatie, dedicated servers en IaaS tot cloud- en migratie-oplossingen. Het heeft vier datacenters in de VS, zowel aan de west- als oostkust. Onlangs heeft phoenixNAP ook in Amsterdam een datacenter geopend. In een eerder artikel heeft president van phoenixNAP Ian McClarty uitleg gegeven over hoe zij de Nederlandse markt benaderen. Deze keer hebben we een interview met William Bell. Hij is VP Products bij phoenixNAP en vertelt ons over hun storage infrastructuur.

Hardware

Servers van Supermicro worden ingezet voor de computing power. Voor de SAN-infrastructuur gebruikt phoenixNAP hardware van Nimble. Deze is uitgerust met hybride arrays van SSD en SAS. “De Nimble arrays zijn krachtig genoeg door hun flash-versnelling om ook onze veeleisende klanten een zeer goede I/O performance te bieden”, vertelt Bell. “Tegelijkertijd hebben we hiermee ook de mogelijkheid om een prijstechnisch gunstige oplossing te bieden voor onze reguliere klanten die een dergelijke hoge performance niet per se nodig hebben.” Bell onderkent overigens dat de vraag naar all-flash arrays voortdurend stijgt. “We zien een significante vraag naar storage met relatief kleine omvang van dit type. Op dit moment hebben we daar nog geen oplossing voor. Daarom spannen we ons momenteel in om die lacune te vullen.”

Nimble voldoet voor het overgrote deel van haar klanten. Voor klanten met specifieke workloads biedt phoenixNAP hybride oplossingen. “We splitsen workloads zoals big data af. De standaardapplicaties van de klant, zoals webservers, draaien uitstekend op ons Nimble platform. Voor de big data zetten we onze hardware-as-a-service in. Dat is feitelijk een mix van lease en colocatie van hardware. Deze twee omgevingen linken we via een netwerk aan elkaar.” Afnemers van hardware-as-a-service hebben de keuze uit een verscheidenheid aan disks afhankelijk van hun eisen. Dit varieert van commodity SATA disks voor bulk storage tot high-end SSD’s van Micron.

PhoenixNAP houdt de omgevingen van haar datacenters zoveel mogelijk gelijk. “We doen alles aan standaardisatie om de kosten in de hand te houden. Als we dat niet zouden doen, wordt het beheer van onze inventaris lastig en is het moeilijk om hardware tussen datacenters uit te wisselen om aan veranderende vraag te voldoen.” Bell voegt hier nog aan toe dat ook het datacenter in Amsterdam dezelfde storage infrastructuur heeft als de VS.

In het verleden heeft phoenixNAP hardware gebruikt van NetApp en Nexenta. “NetApp is een duur platform. Zij ontwikkelen breed inzetbare oplossingen en daartoe hebben ze in de loop der jaren veel geïnvesteerd in de software. Toch merkten we dat de performance veel sterker inzakte dan we verwacht hadden toen we wilden schalen en groeien.”

Wat betreft Nexenta steekt Bell zijn mening niet onder stoelen of banken. “Mijn vertrouwen is laag in elk array dat op basis van Oracel ZFS is gebouwd. Als je workloads laag zijn, presteert het erg goed. Maar het vertoont een val in performance in plaats van een geleidelijke verslechtering.” Zoals Bell het verwoordt: “Het gaat van alles-is-volmaakt naar einde-der-wereld.”

Storage toegang

Toegang tot de centrale storage van phoenixNAP is mogelijk via iSCSI en NFS. Dat laatste wordt hoofdzakelijk gebruikt voor servers met gedeelde data zoals load-balanced webservers. Bell benadrukt dat phoenixNAP momenteel ook werkt aan een nieuwe object storage-oplossing. Dat object is niet gebaseerd op Ceph, maar hij kan nog niet op details ingaan. “Het is eigenlijk op basis van proprietary ‘erasure coding’ technologie. We werken samen met een leverancier van commerciële object storage maar op dit moment kan ik niet zeggen wie dit is. Het verschijnt in de komende maanden op de markt.”

Bell vertelt verder: “We zullen dat gaan uitrollen zodat klanten een alternatief hebben om de beste keuze voor de opslag van hun data te kunnen maken. We mikken onder andere op klanten met honderden TB aan archiefdata. De enige oplossing die we momenteel voor hen hebben, is gebaseerd op bare metal-producten. Maar die zijn niet flexibel genoeg. Met object storage zijn we van plan een robuuste, grootschalige omgeving van vele PB’s neer te zetten.”

Hij voegt hieraan toe dat phoenixNAP dan eveneens overweegt de overstap van NFS naar de object storage infrastructuur te maken omdat die manier van bestandsbenadering ook door de object storage driver ondersteund wordt.

Virtualisatie

Als virtualisatietechniek wordt VMware gebruikt. “We zien enige vraag naar Hyper-V dat we in de nabije toekomst gaan ondersteunen. Later dit jaar maken we dit via persberichten bekend.” PhoenixNAP heeft in beperkte mate zowel KVM als Xen gebruikt. “Op enkele plekken hebben we KVM en Xen enige jaren in gebruik gehad. Het is nooit als product ingezet maar enkel voor intern gebruik geweest. Bijna al die systemen draaien inmiddels ook op VMware.”

De reden om af te stappen van deze open-source alternatieven was de hoeveelheid werk die phoenixNAP eraan moest besteden. “Het is natuurlijk te doen zoals Amazon laat zien met Xen. Maar je hebt een klein leger ontwikkelaars en system engineers nodig om kernels te patchen e.d.. VMware stopt veel tijd en geld in zijn producten. Door die van VMware af te nemen hebben de onmiddellijke voordelen van hun investeringen in plaats van het zelf te moeten doen.”

Daarbij levert VMware zogeheten Mission Critical Support aan grootzakelijke klanten zoals phoenixNAP. “In essentie hebben we directe toegang tot development capaciteit binnen VMware indien nodig. Daardoor hoeven we niet enkele maanden te wachten op een patch maar ontwikkelen ze hot fixes on demand. Dit soort garanties kan ik aan mijn klanten geven dat zelfs in het slechtste geval wij een team van engineers van de leverancier achter ons hebben staan.”

Applicaties

Voor back-ups en replicatiedoeleinden benut phoenixNAP zowel Veeam als Zerto. Bell legt uit dat de beslissing om Veeam dan wel Zerto te gebruiken afhangt van de eisen van de klant. “We bekijken zijn zakelijke behoefte zoals recovery time en recovery point objectives, budget en de hoeveelheid data. Veeam is prijstechnisch gunstiger en maakt het mogelijk om een enkel bestand of een mailbox van Microsoft Exchange te herstellen. Zerto Virtual Replication helpt ons juist om recovery point objectives van 10 tot 15 seconden te halen. In het bijzonder bij grote klanten tref je een mix aan. Je ziet dan scenario’s waar bijvoorbeeld tien of twintig kritische VM’s gerepliceerd worden door Zerto terwijl de overige 100 of 200 machines door Veeam afgehandeld worden. Op deze manier realiseren we voor onze klant de goedkoopste oplossing.”

Klanten kunnen backups en replica’s maken over verschillende datacenters heen. PhoenixNAP repliceert niet op SAN-niveau. “Voor onze klanten repliceren we op applicatie- of hypervisor-niveau. Dat is lastig te doen op het niveau van een array”, verklaart Bell.

Om de storage arrays te monitoren, levert Nimble zijn eigen monitoring en managing tool Storage InfoSight genaamd. “Dat is een SaaS-oplossing die ons toegang verschaft tot de informatie van alle arrays die we wereldwijd hebben staan”, legt hij uit. Monitoring op het niveau van de VM wordt gedaan met VMware vRealize Operations Manager en Veeam ONE. PhoenixNAP benut ook Sensu die de staat van applicaties in de gaten houdt. “Klanten die onze dedicated cloudproducten afnemen, hebben eveneens toegang tot monitoring tools voor hun infrastructuur. Onze multi-tenant cloud klanten vertrouwen natuurlijk op ons om de infrastructuur te monitoren en beheren. Zij hebben dan ook geen zicht op de onderliggende storage.”

Tot slot

Aan het eind van het gesprek benadrukt Bell nogmaals dat phoenixNAP beoogt dat men haar als een Nederlands bedrijf beschouwt.

“Er bestaat nog steeds enige zorg dat we gewoon een Amerikaans bedrijf zijn dat hier probeert de markt de bedienen. Dat is niet bepaald de manier waarop we werken. We mikken heel erg op regionale activiteiten. Onze locatie in Amsterdam hebben we bemand met Nederlandse werknemers. Onze website wordt vertaald in het Nederlands en we hebben ons ten doel gesteld om de ondersteuning voor onze Nederlandse klanten en partners uit te bouwen. Ik wil graag dat de lezer weet dat hij met ons lokaal in Nederland zaken kan doen. Tegelijkertijd kunnen ze met ons op wereldwijde schaal opereren en overal hetzelfde niveau van werken en dienstverlening verwachten.”

ISPam.nl Job board

Boyan, 4 maart 2016 2:38 pm

Gefeliciteerd

Deel uw reactie met andere ISPam.nl lezers

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

MELD U AAN VOOR DE NIEUWSBRIEF
Feedback!
Fill out my online form.
Laatste reacties

Noodstroomvoorzieningen The Datacenter Group Amsterdam laten het afweten tijdens stroomstoring
Ronald: N+1 anyone? En wat Wouter zegt. Kwaliteit kost geld. Bij beschikbaarheid is de redenering van kl...

Noodstroomvoorzieningen The Datacenter Group Amsterdam laten het afweten tijdens stroomstoring
Wouter: Dus de VPS'sen bij TransIP (en haar eigen website) zijn niet redundant, sterker nog: ze zijn niet ee...

Noodstroomvoorzieningen The Datacenter Group Amsterdam laten het afweten tijdens stroomstoring
The Datacenter Group: The Datacenter Group heeft een officiële statement afgegeven inzake de stroomuitval. Anders dan d...

GDPR: de finale klap voor kleine hosters?
Mario: "Data komt op straat te liggen na een DDOS-je" :P

16 hosting en datacenter tweets: Nieuwe routers, sportief 2017, upcoming events, taart en 20 jarig bestaan
Sambal: @ispam Just curious hoe "monitoren" jullie nieuws? Komt dat vanuit ispgids oid?