Datacenterbranche is geen vervuiler

  • Bedrijfsnieuws van
  • BIT
  • geplaatst op
  • 4 mei 2015 10:45 uur

Ongeveer en jaar geleden schreef ik, Alex Bik van BIT,  een blog over de publicatie van Hivos, een internationale organisatie die zoekt naar oplossingen voor hardnekkige wereldproblemen, waarin datacenters als milieuvervuilers werden afgeschilderd. Blijkbaar zijn datacenters eens per jaar aan de beurt bij Hivos: er verscheen wederom een artikel op de site van Hivos over hoe slecht datacenters voor het milieu zijn. Dit keer zo mogelijk nog tendentieuzer dan het vorige artikel.

Blijkbaar heeft Hivos dus om wat voor reden dan ook bedacht dat datacenters slecht zijn en publiceren ze eens per jaar een verhaal om dat standpunt te ondersteunen. Of het klopt wat er staat vinden zij blijkbaar niet zo interessant. Tijd voor een nieuw weerwoord.

Toename 50 procent
Het artikel van Hivos begint ermee dat dataverkeer wereldwijd met meer dan 50 procent per jaar toeneemt en dat ‘deze datacenters’ energie vreten. Dataverkeer is natuurlijk niet hetzelfde als datacenters. De apparatuur die nodig is om die data te transporteren, verbruikt over het algemeen maar heel weinig energie, zeker in vergelijking tot de totale datacenterbranche.

De servers die in datacenters staan worden voor een deel gebruikt voor het serveren van allerlei content op internet, maar – en hier gebruik ik ons eigen datacenter als maatstaf – voor een heel groot deel voor andere zaken. Interne automatisering bijvoorbeeld. Rijen met servers die voorheen niet in een commercieel datacenter stonden, maar in een datacenter(tje) van het bedrijf in kwestie zelf, of zelfs gewoon ergens in een meterkast.

Daar gebruikten ze net zo veel energie, vaak zelfs nog meer, omdat er op kleine schaal niet zo veel aandacht is voor de efficiëntie van bijvoorbeeld koeling en noodstroom. Of servers die mail afhandelen. Wat zou er beter zijn voor het milieu, een brief sturen op een dode boom of een e-mailtje? Helemaal een giller is dat de servers die zorgen voor de werking van diensten die volgens Hivos het meeste dataverkeer veroorzaken, voor een groot deel niet in Nederland staan (Facebook, Twitter) en voor zover ze dat wel staan, niet in het onderzoek zijn meegenomen (Google/YouTube).

Stempel
Als het gaat om video over internet worden alleen YouTube en pornografie genoemd. Dat wijst er ook op dat Hivos een bepaalde stempel op het dataverkeer wil drukken. Natuurlijk, het zijn allebei toepassingen die behoorlijk wat dataverkeer veroorzaken, maar juist als je ingaat op de verschillen met vorig jaar zou het wel zo eerlijk geweest zijn om ook Netflix te noemen. Of het feit dat veel mensen (vaak zonder het te weten) tegenwoordig tv kijken via internet.

Kort samengevat huisvesten commerciële datacenters dus vooral niet de apparatuur die zorgt voor al dat dataverkeer waar Hivos zich zo druk om maakt, maar allerlei andere servers. Servers die voorheen elders stonden en daarom niet als ‘datacenter’ werden meegeteld. Je kunt dus niet stellen dat datacenters voor steeds meer CO2 uitstoot zorgen, want ook al verbruiken ze meer stroom, dan nog is dat voor een groot deel stroom die voorheen door iemand anders verbruikt werd.

Daarbij is er in datacenters vaak veel meer aandacht voor energiezuinigheid van koel- en noodstroominstallaties en worden servers in datacenters onder andere door virtualisatie vaak veel efficiënter benut.

Kortom: De Nederlandse datacenterbranche is goed bezig, maar Hivos vindt het voor het tweede jaar op rij nodig om de gehele branche als milieuvervuiler af te schilderen. Onterecht.

Aryan Blaauw, 6 mei 2015 10:49 am

Onlangs wees iemand me op de overeenkomsten tussen de ontwikkelingen van het gebruik van stroom en de consolidatie van IT naar het datacentrum. Begin 19e eeuw waren het vooral bedrijven en boeren die gebruik maakten van lokaal opgewekte stroom met behulp van kleine, on-premise, door stoom aangedreven vliegwielen. Later verenigden die bedrijven zich in de eerste lokale energiecentrales, wat later knooppunten zouden worden in een veel breder aangelegd stroom netwerk, waardoor de lokaal opgewerkte stroom naar verhouding te duur en vervolgens en-masse uitgefaseerd werd.

De zeer recente ontwikkelingen op het gebied DCs, en diens toepassingen waarbij niet alleen de Hybrid Cloud, maar vooral het gebruik van zuinigere, effectievere, minder generalistische, dedicated hardware. ( voorbeeld: Docker op ARM, GPGPU, ASIC technolgieen, IoT ) Hierdoor word de inefficientie van de huidige veelal vanuit de lokale omgeving weg geconsolideerde, monolitische legacy van IT op zowel hardware als software niveau definitief vaarwel gezegd. ( vb: 30 jaar Intel x86 code-compatibiliteit, werken met vaste werkstations )

In dat concept word een DC 'slechts' een node in een groter netwerk waarbij de herkomst van IT ( lees: stroom ) niet langer relevant is. De kosten echter wel, net zoals stroom nu. IT die een fractie kost van de prijs van nu, met de resilience van het Internet zelf, niet meer lokaal, noch per definitie in de node, het Datacentrum, opgewekt.

In dat perspectief zou het zomaar kunnen dat de DCs van nu in retrospect toch als vervuilende, risicovolle kolencentrales neergezet zouden kunnen worden. Hebben die boomknuffelaars dan toch gelijk..... ?

http://en.wikipedia.org/wiki/History_of_electric_power_transmission

Feedback!
Fill out my online form.
Laatste reacties

Bedankt voor het succes van ISPam.nl
Koen Stegeman, Editor-in-Chief & founder Hostingjournalist.com: Jammer Arnout, maar je hebt een mooie bijdrage aan de hosting industrie geleverd, en dat jaren lang....

Bedankt voor het succes van ISPam.nl
Dillard Blom: Jammer dat een 'instituut' verdwijnt, en daarmee een bron van informatie over actuele zaken (en opin...

Bedankt voor het succes van ISPam.nl
L.: Uit automatisme kijk ik toch nog steeds elke dag naar ispam.nl, toch de hoop dat er nog een berichtj...

Bedankt voor het succes van ISPam.nl
Toni Donkers: Arnout bedankt! ik ga het missen dat is een feit!

Bedankt voor het succes van ISPam.nl
Marcel Stegeman: Ik zie het nu pas. Inderdaad jammer maar ik kijk nu al uit naar het volgende project.